ECLI:NL:GHLEE:2008:BC8193
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Kuiper
- Verstijlen
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke geschil over ontbinding huurovereenkomst wegens betalingsachterstand en hoofdverblijf
In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst centraal vanwege het niet tijdig betalen van de huur en de vraag of de huurder zijn hoofdverblijf in de woning had. De kantonrechter had eerder een vonnis gewezen waarin de ontbinding werd afgewezen, waarna Nijestee hoger beroep instelde.
Het hof ging uit van de onbestreden feiten zoals vastgesteld door de kantonrechter. Hoewel Nijestee stelde dat de huurder gedurende een aanzienlijke periode niet zijn hoofdverblijf in de woning had, kon dit niet worden bewezen. De verklaringen van een buurtbewoner en een medewerkster van Nijestee waren onvoldoende concreet, en het bewijsaanbod was te vaag.
Verder oordeelde het hof dat het niet tijdig betalen van de huur in beginsel aanleiding geeft tot ontbinding op grond van art. 6:265 lid 1 BW Pro, maar dat dit in dit geval niet opging vanwege de bijzondere aard van de huurovereenkomst die voorziet in een primaire levensbehoefte. Het woonbelang van de huurder, die sinds september 2006 de huur weer op tijd betaalde en maatregelen had genomen om zijn situatie te verbeteren, woog zwaarder dan het belang van Nijestee.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Nijestee in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de huurovereenkomst niet wordt ontbonden ondanks betalingsachterstanden en twijfels over het hoofdverblijf van de huurder.