ECLI:NL:GHLEE:2008:BC9783
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Rowel- van der Linde
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Schending concurrentiebeding en schadevergoeding bij exploitatie windmolens
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geïntimeerde het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst had geschonden door betrokkenheid bij exploitatie van windmolens na beëindiging van het dienstverband met appellant. Het hof bevestigde dat het beding geldig bleef na omzetting van de arbeidsovereenkomst en dat geïntimeerde zich bewust was van zijn verplichtingen.
Het hof oordeelde dat geïntimeerde in strijd met het concurrentiebeding handelde door exploitatieovereenkomsten met derden aan te gaan en zo de belangen van appellant schaadde. De kantonrechter had eerder de vorderingen deels afgewezen, maar het hof vernietigde die uitspraken en gaf appellant alsnog recht op schadevergoeding.
De schadevergoeding wordt nader vastgesteld in een schadestaatprocedure, omdat de omvang van de schade niet eenvoudig vast te stellen is. Daarnaast wees het hof de subsidiaire vordering tot betaling van boetes af wegens strijdigheid met artikel 7:651 lid 2 BW Pro. De kosten van de procedure werden grotendeels aan geïntimeerde opgelegd.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens schending van het concurrentiebeding, nader op te maken bij staat.