ECLI:NL:GHLEE:2008:BD0697
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding werkelijke proceskosten gemachtigde en taxatierapport in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die aanzienlijk hoger was dan zijn aangifte. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de aanslag fors verminderd en het beroep gegrond verklaard. De rechtbank wees echter slechts een forfaitaire proceskostenvergoeding toe en weigerde vergoeding van de werkelijke kosten van de gemachtigde en het taxatierapport.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze afwijzing en voerde aan dat bijzondere omstandigheden een afwijking van het forfaitaire puntensysteem rechtvaardigen, omdat de inspecteur onzorgvuldig had gehandeld en fouten had gemaakt die onnodige kosten veroorzaakten. Het hof overwoog dat de hoofdregel is dat het bestuursorgaan proceskosten moet vergoeden bij geheel of gedeeltelijk gelijk, maar dat afwijking van het forfaitaire systeem uitzonderlijk moet zijn.
Het hof concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden waren die een volledige vergoeding van de werkelijke kosten rechtvaardigen, maar verhoogde wel de forfaitaire vergoeding met een factor 1,5. Daarnaast achtte het hof de taxatiekosten deels vergoedingswaardig en stelde een bedrag van €1.372,20 vast. De kosten van onderhandelingen en reiskosten werden niet vergoed. De inspecteur werd veroordeeld tot betaling van in totaal €2.982,20 aan proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak bevestigt de restrictieve toepassing van afwijkingen van het forfaitaire puntensysteem en benadrukt dat belastingplichtigen zelf verantwoordelijk zijn voor een juiste aangifte. Het hof vernietigde het deel van de rechtbankuitspraak dat de proceskostenveroordeling betrof en bepaalde de nieuwe vergoeding.
Uitkomst: Het hof verhoogt de proceskostenvergoeding voor de gemachtigde en wijst gedeeltelijke vergoeding van taxatiekosten toe, terwijl het forfaitaire puntensysteem grotendeels wordt gehandhaafd.