ECLI:NL:GHLEE:2008:BD1810
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Streppel
- Peper
- Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering wijziging koopovereenkomst wegens dwaling en vergoeding goodwill
Koperslagersbedrijf stelde dat G.G.B. voorafgaand aan de overname een verkeerd beeld van de financiële positie had geschetst en onvoldoende informatie had verstrekt, waardoor de koopovereenkomst onder dwaling was gesloten. De rechtbank wees deze vorderingen af.
In hoger beroep wijzigde Koperslagersbedrijf haar eis tot toekenning van een redelijke vergoeding voor vorderingen die tot 1 oktober 1998 tot haar vermogen behoorden maar door G.G.B. waren geïncasseerd, met name voor onderhanden werk en gemiste goodwill. Tijdens het pleidooi zag zij af van wijziging van het reeds betaalde goodwillbedrag.
Het hof oordeelde dat de koopovereenkomst zodanig moet worden uitgelegd dat Koperslagersbedrijf recht heeft op vergoeding van betalingen die G.G.B. ontving voor werkzaamheden die vóór 1 oktober 1998 waren uitgevoerd of onderhanden waren. Koperslagersbedrijf kon echter onvoldoende bewijs leveren dat G.G.B. ten onrechte betalingen had ontvangen. De bewijslast lag bij Koperslagersbedrijf, en het hof zag geen reden tot omkering daarvan.
De stellingen over het ontbreken van controle over de administratie konden Koperslagersbedrijf niet baten, aangezien de bestuurders verantwoordelijk waren voor de administratie en jaarrekeningen. Koperslagersbedrijf zag tijdens het pleidooi af van bewijslevering. Het hof concludeerde dat de gewijzigde vordering niet toewijsbaar was en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, met veroordeling van Koperslagersbedrijf in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van Koperslagersbedrijf af met veroordeling in de kosten.