ECLI:NL:GHLEE:2008:BD2420
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Kuiper
- Rowel-van der Linde
- Rechtspraak.nl
Uitleg pensioenregeling over tijdsevenredige pensioenbijdrage bij beëindigd dienstverband
Appellant was van mei 2003 tot september 2004 in dienst bij SLTN en betwistte de berekening van de pensioenpremie, die volgens hem niet tijdsevenredig mocht worden verminderd. De arbeidsovereenkomst verwees naar een pensioenregeling met een jaarlijkse maximale werkgeversbijdrage van 7% van het pensioengevend salaris, met een maximum van € 2.572,93 per jaar.
De kantonrechter had geoordeeld dat de pensioenpremie naar evenredigheid van het dienstverband moest worden berekend, wat betekende dat de premie voor de korte diensttijd werd verminderd tot 8/12 van het jaarbedrag. Appellant stelde dat SLTN de volledige maximale bijdrage verschuldigd was, ongeacht de duur van het dienstverband.
Het hof oordeelde dat de pensioenregeling zo moet worden uitgelegd dat de bijdrage per maand een evenredig deel van de jaarpremie is, waarbij ook het maximumsalaris naar evenredigheid wordt herberekend. Deze uitleg strookt met de feitelijke berekening door de verzekeraar en voorkomt een onaannemelijke situatie waarin een werknemer meer zou verdienen als hij minder maanden werkt.
Daarom werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en de grief van appellant verworpen. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat de pensioenpremie tijdsevenredig moet worden berekend.