ECLI:NL:GHLEE:2008:BD2971
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verdedigingsrechten en niet-ontvankelijkheid bij administratieve sanctie WAHV
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die zijn beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet binnen de gestelde termijn stellen van zekerheid voor een administratieve sanctie onder de WAHV.
De betrokkene voerde aan dat hij de correspondentie niet begreep omdat deze niet in het Engels was gesteld, en dat zijn verdedigingsrechten op grond van artikel 6 EVRM Pro hierdoor waren geschonden. Tevens gaf hij aan financieel niet in staat te zijn zekerheid te stellen vanwege een negatief banksaldo.
Het hof oordeelde dat hoewel aan verzoeken om correspondentie in het Engels in beginsel moet worden voldaan, het feit dat de betrokkene in Nederland woont en deelneemt aan het maatschappelijke verkeer impliceert dat hij de Nederlandse taal voldoende verstaat. Bovendien kan hij hulp zoeken bij vertaling. De correspondentie in het Nederlands vormde dan ook geen schending van zijn verdedigingsrechten.
Ten aanzien van het financiële verweer stelde het hof dat een niet nader gemotiveerd beroep op een negatief banksaldo onvoldoende is om de kantonrechter te verplichten de betrokkene te horen over zijn draagkracht. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep en oordeelt dat de correspondentie in het Nederlands geen schending van verdedigingsrechten oplevert.