ECLI:NL:GHLEE:2008:BD3059
Gerechtshof Leeuwarden
- Proceskostenveroordeling
- Dijkstra
- Weenink
- Van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid kentekenhouder bij gedeeld autogebruik volgens artikel 8 WAHV
In deze zaak stond centraal of een overeenkomst van gedeeld autogebruik kwalificeert als een huurovereenkomst in de zin van artikel 8 WAHV Pro, waardoor de kentekenhouder niet aansprakelijk is voor een administratieve sanctie wegens snelheidsovertreding.
De betrokkene voerde aan dat het voertuig op het moment van de overtreding was verhuurd aan een abonnee op basis van een overeenkomst gedeeld autogebruik. De kantonrechter had dit beroep gegrond verklaard en de sanctie vernietigd. De officier van justitie stelde echter dat sprake was van een langdurige mantelovereenkomst en dat de uitzondering in artikel 8 WAHV Pro restrictief moet worden uitgelegd.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst van gedeeld autogebruik niet als huurovereenkomst kan worden aangemerkt, omdat deze slechts een aanspraak op toekomstig gebruik van een niet-geïndividualiseerd voertuig geeft. Wel kan een stuk dat de betalingsverplichting voor het gebruik van een specifiek voertuig gedurende een bepaalde periode bewijst, worden gezien als een schriftelijke huurovereenkomst. De overgelegde factuur voldeed hieraan, zodat de kentekenhouder niet aansprakelijk was.
Het hof bevestigde daarmee het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van € 322,- aan de betrokkene.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de kentekenhouder niet aansprakelijk is wegens het overleggen van een schriftelijke huurovereenkomst voor het gebruik van het voertuig tijdens de overtreding.