ECLI:NL:GHLEE:2008:BD5807
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Kuiper
- Rowel-van der Linde
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging omgangsregeling en dwangsom in kort geding na weigering nakoming
Partijen, die van 1990 tot 2003 samenwoonden, hebben een zoon die bij de vrouw verblijft. De man verzocht om een omgangsregeling, die de rechtbank bij beschikking van 8 maart 2008 vaststelde: de zoon verblijft één weekend per veertien dagen bij de man, plus de helft van schoolvakanties en feestdagen. De vrouw weigerde deze regeling na te leven en stelde bezwaren aan de hoogte van de opgelegde dwangsom.
De vrouw voerde aan dat de gezondheid van de zoon verbeterd is sinds zij de omgang belemmerde en stelde dat de man de zoon mishandelde. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukte echter het belang van omgang en stelde dat de omgang bij de man thuis moet plaatsvinden. De vrouw stelde een spoedonderzoek voor, maar dit was niet voldoende om de nakoming van de beschikking op te schorten.
Het hof overwoog dat de vrouw de beschikking moet naleven zolang deze niet is vernietigd en dat zij niet zelf mag bepalen of zij aan de omgangsregeling gevolg geeft. De dwangsom is een effectief middel om nakoming af te dwingen. De bezwaren van de vrouw tegen de hoogte van de dwangsom werden niet gegrond verklaard. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en compenseerde de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en verplicht de vrouw de omgangsregeling en dwangsom na te leven.