ECLI:NL:GHLEE:2008:BD5918
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aanspraak op roostervrije dagen in arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond de vraag centraal of de geïntimeerde aanspraak kon maken op vergoeding van roostervrije dagen die hij niet had genoten. Appellant stelde dat deze dagen reeds waren vergolden op grond van de arbeidsovereenkomst. Het hof verwierp dit standpunt en oordeelde dat de geïntimeerde naast het overeengekomen salaris recht heeft op 13 roostervrije dagen per jaar.
Het hof baseerde zich op de tekst van de Verordening Arbeidsvoorwaarden Detailhandel (VAD) 1996, die ten tijde van het aangaan van de arbeidsovereenkomst van kracht was en die in de arbeidsovereenkomst was opgenomen. Volgens het hof zijn deze dagen rekenkundig onderdeel van de overeengekomen arbeidstijd en kunnen ze niet als reeds vergolden worden beschouwd zolang ze niet daadwerkelijk zijn genoten.
Het hof stelde vast dat er geen aanwijzingen waren dat een andere collectieve arbeidsovereenkomst of een opvolgende VAD de aanspraak van de geïntimeerde zou hebben doen vervallen. Daarom hoefde het hof geen verder onderzoek te doen naar de toepasselijkheid van andere regelingen.
De grieven van appellant werden afgewezen en de vonnissen van de rechtbank werden bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De geïntimeerde heeft recht op vergoeding van 13 roostervrije dagen per jaar die niet zijn genoten; vonnissen van rechtbank worden bekrachtigd.