ECLI:NL:GHLEE:2008:BD7161
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs omtrent automatenverplichting en kettingbeding in koopcontracten
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of Entertainment International B.V. en [appellant 2] konden aantonen dat mr. [betrokkene 1], namens [geïntimeerde], had meegedeeld dat naast de geweigerde optie via het huurcontract met Grolsch geen andere mogelijkheden bestonden om rechtsopvolgers van exploitanten te binden aan een automatenverplichting.
Entertainment c.s. bracht drie getuigen in enquête, waaronder [appellant 2] als partijgetuige, en de heren [getuige 2] en [getuige 3]. De verklaringen waren echter niet overtuigend: alleen [appellant 2] sprak over de gesprekken met mr. [betrokkene 1], maar zijn verklaring was weinig stellig en werd niet ondersteund door de andere getuigen.
Het hof concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om te stellen dat mr. [betrokkene 1] een dergelijke mededeling had gedaan. Hierdoor faalde het beroep op het niet-bestaan van andere mogelijkheden om rechtsopvolgers te binden. Het beroep op verjaring door [geïntimeerde] werd gegrond verklaard, en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
De proceskosten in hoger beroep werden toegewezen aan [geïntimeerde].
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het beroep van Entertainment c.s. af wegens onvoldoende bewijs.