ECLI:NL:GHLEE:2008:BD9030
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Hermans
- Melssen
- Bosch
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlenging machtiging gesloten jeugdzorg afgewezen wegens onvoldoende gronden
In deze zaak betrof het een hoger beroep tegen de verlenging van een machtiging tot gesloten plaatsing van een jeugdige onder toezicht gesteld tot zijn meerderjarigheid. De kinderrechter had de machtiging verlengd met ingang van 9 juli 2008 voor zes weken. Appellant verzocht vernietiging van deze beschikking en vervanging van Bureau Jeugdzorg als gezinsvoogd.
Het hof oordeelde dat het verzoek tot vervanging van Bureau Jeugdzorg niet ontvankelijk was omdat dit verzoek niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan. Vervolgens onderzocht het hof de noodzaak van de machtiging tot gesloten plaatsing. Op grond van artikel 29b Wjz dient de jeugdige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen te hebben die zijn ontwikkeling ernstig belemmeren en moet een gedragswetenschapper recentelijk instemming hebben gegeven.
Het hof stelde vast dat appellant wel enige problemen heeft, maar niet in een mate die een gesloten plaatsing rechtvaardigt. Een psychologisch rapport van januari 2008 concludeerde dat appellant geen ontwikkelingsstoornis heeft en dat zijn problemen vermoedelijk door zijn omgeving worden veroorzaakt. De gedragswetenschapper die instemming moest geven, had appellant niet kort tevoren onderzocht, waardoor niet aan de wettelijke vereisten werd voldaan.
Het hof vond dat de gesloten plaatsing niet in het belang van appellant was en dat deze onmiddellijk moest worden opgeheven. Tevens wees het hof op de bereidheid van pleegouders om appellant op te nemen. De beschikking van 9 juli 2008 werd vernietigd en het beroep tot vervanging van Bureau Jeugdzorg werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot gesloten jeugdzorg is vernietigd en de gesloten plaatsing dient onmiddellijk te worden opgeheven.