ECLI:NL:GHLEE:2008:BD9417
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet tijdige zekerheidstelling bij bestuursstrafrechtelijke dwangbevel
Betrokkene stelde verzet in tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel en werd door de kantonrechter ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde betrokkene dat de zekerheidstelling tijdig was voldaan door betaling op 20 december 2007. Het hof oordeelde echter dat bepalend is of het CJIB het bedrag binnen de gestelde termijn heeft ontvangen, wat niet het geval was. De vertraging ontstond door verwerking bij de bank, een risico dat voor rekening van betrokkene komt.
De advocaat-generaal stelde betrokkene niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig ontvangen van de zekerheid. Betrokkene voerde aan dat de betaling tijdig was verricht en dat de administratieve verwerking door het CJIB niet aan hem kon worden toegerekend. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat de ontvangst door het CJIB leidend is.
Op grond van artikel 26a, tweede lid, WAHV is zekerheidstelling vereist om ontvankelijk te zijn in hoger beroep. Omdat het bedrag niet tijdig door het CJIB was ontvangen, verklaarde het hof betrokkene niet-ontvankelijk. De zaak werd ter zitting behandeld op 25 april 2008 en de uitspraak is op 18 juni 2008 gedaan.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet tijdige ontvangst van zekerheid door het CJIB.