ECLI:NL:GHLEE:2008:BD9813
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Streppel
- Verschuur
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling peildatum en verdeling belastingteruggaven na echtscheiding
Partijen waren in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn gescheiden met inschrijving van de echtscheiding op 16 juni 2005. De feitelijke beëindiging van de samenleving vond plaats in augustus 2004 toen de vrouw de echtelijke woning verliet. De rechtbank had bij de verdeling van de gemeenschap onder meer de belastingteruggaven over 2004 en 2005 betrokken, waarbij zij als peildatum het moment van feitelijk uiteengaan van partijen hanteerde.
De vrouw stelde dat de peildatum voor de verdeling de datum van feitelijke verdeling moest zijn en dat zowel de belastingteruggaven over 2004 als 2005 tot de gemeenschap behoorden. Het hof oordeelde dat de datum van ontbinding van het huwelijk uitgangspunt is voor wat verdeeld moet worden, en dat de peildatum voor waardering van zaken iets anders is dan de peildatum voor het bepalen van de gemeenschap. De belastingteruggaven over 2005, die betrekking hebben op inkomsten na de ontbinding, vallen niet in de gemeenschap.
Verder oordeelde het hof dat de vrouw geen aanspraak kan maken op de belastingteruggaven die voortvloeien uit de hypothecaire lasten van de nieuwe woning van de man, ondanks dat zij formeel mede-eigenaar was tot na de inschrijving van de echtscheiding. Ook de door de vrouw gevorderde hogere gebruiksvergoeding voor het alleengebruik van de woning werd afgewezen omdat deze niet aannemelijk was gemaakt.
De afkoopwaarde van de levensverzekering werd door het hof bevestigd zoals door de rechtbank vastgesteld, omdat de vrouw geen recentere waardebepaling had overgelegd. Uiteindelijk bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank en compenseerde de proceskosten zodanig dat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de vrouw af.