ECLI:NL:GHLEE:2008:BD9882

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
6 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
107.001.430/01 (voorheen rolnummer 0600605)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Rechters
  • Streppel
  • Mollema
  • Zuidema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 251 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verval van instantie wegens niet-naleving memorie van grieven in hoger beroep kort geding

In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een vonnis in kort geding van de rechtbank Leeuwarden. Volgens art. 251 Rv Pro dient een memorie van grieven te worden genomen om het hoger beroep voort te zetten. Ondanks uitstel tot 9 april 2008 heeft appellante geen memorie van grieven genomen.

De Staat der Nederlanden vorderde daarop het verval van instantie en veroordeling van appellante in de kosten van het hoger beroep. Het hof heeft deze vordering gehonoreerd, omdat appellante niet aan de procesvereisten heeft voldaan.

Het hof veroordeelde appellante in de kosten van het geding, begroot op € 248 aan verschotten en € 316 aan salaris voor de procureur. De beslissing werd uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van 6 augustus 2008.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het naleven van procesregels in hoger beroep en bevestigt dat het niet tijdig nemen van een memorie van grieven kan leiden tot verval van instantie.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verklaard vervallen wegens het niet tijdig nemen van een memorie van grieven.

Uitspraak

Arrest d.d. 6 augustus 2008
Zaaknummer 107.001.430/01 (voorheen rolnummer 0600605)
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
[appellante],
wonende te [woonplaats appellante],
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: [appellante],
toevoeging,
procureur: mr. M.J. van Rooij,
tegen
De Staat der Nederlanden, de Minister van Justitie, de Officier van Justitie,
domicilie gekozen te Leeuwarden,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: De Staat,
procureur: mr. J.V. van Ophem.
Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 16 oktober 2006 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden.
Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 10 november 2006 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis genoemd vonnis met dagvaarding van De Staat tegen de zitting van 29 november 2006.
De zaak staat sedert 10 januari 2007 voor het nemen van een memorie van grieven.
Omdat deze memorie niet werd genomen, heeft het hof ter rolle van 12 maart 2008 een laatste uitstel tot 9 april 2008 verleend voor het nemen daarvan dan wel voor het vorderen door De Staat van het verval van instantie.
Bij brief van 13 maart 2008 heeft de procureur van De Staat aan de procureur van [appellante] medegedeeld ter rolle van 9 april 2008 verval van instantie te zullen vorderen indien niet van instantie zou worden gediend.
Ter rolle van 9 april 2008 heeft de procureur van [appellante] geen memorie van grieven genomen, waarna de procureur van De Staat in overeenstemming met zijn voormelde brief verval van instantie en veroordeling in de kosten heeft gevorderd.
Vervolgens heeft de procureur van De Staat de stukken overlegd voor het wijzen van arrest.
De motivering
Nu de daartoe in art. 251 Rv Pro gestelde eisen in acht zijn genomen, zal het hof het gevorderde verval van instantie verlenen.
[appellante] wordt veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
(tarief I, 0,5 punt);
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de instantie van [appellante] vervallen;
veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van De Staat op € 248,-- aan verschotten en op € 316,-- aan salaris voor de procureur.
Aldus gewezen door mrs. Streppel, voorzitter, Mollema en Zuidema, raden,
en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 6 augustus 2008 in bijzijn van de griffier.