ECLI:NL:GHLEE:2008:BD9883
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zandbergen
- Janse
- Verstappen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor schade door verjaring van vordering na beroepsfout advocaat
In deze civiele zaak staat centraal of de beroepsaansprakelijke advocaat aansprakelijk is voor schade die de benadeelde lijdt doordat zijn vordering wegens verjaring niet meer afdwingbaar is. De benadeelde liep oogletsel op in 1983, waarvoor de aansprakelijkheid werd erkend, maar de schadevordering werd niet tijdig ingesteld. De verjaring werd in 1992 gestuit, maar niet opnieuw, waardoor de vordering in 1997 verjaarde.
De rechtbank wees de vordering af omdat de benadeelde niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn schade op de veroorzaker had kunnen verhalen. Het hof oordeelt echter dat het volstaat dat de benadeelde stelt dat zijn vordering is verjaard, waarna de rechter zonder bewijs aannemelijk kan achten dat schade is geleden. De schade wordt begroot op het verschil tussen wat zonder verjaring ontvangen zou zijn en wat feitelijk is ontvangen.
Het hof wijst een immateriële schadevergoeding van €20.000 toe wegens blijvende visuele beperkingen en erkent inkomensschade en kosten. Tevens wordt de aansprakelijkheid van de advocaat erkend voor tekortkomingen in de schadeafwikkeling. Het hof beveelt een comparitie voor nadere inlichtingen en schikking.
De zaak benadrukt dat verjaring van een rechtsvordering door een beroepsfout schade oplevert en dat de bewijslast voor het verweer dat schade niet verhaald had kunnen worden bij de aansprakelijke partij ligt.
Uitkomst: De beroepsaansprakelijke advocaat wordt aansprakelijk gehouden en het hof wijst immateriële schadevergoeding en inkomensschade toe, met verdere behandeling na comparitie.