ECLI:NL:GHLEE:2008:BE8886

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
19 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
108.004.406
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 8 WAHV
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie kentekenhouder bij snelheidsovertreding ondanks gebruik door derde

Aan de betrokkene is als kentekenhouder een administratieve sanctie opgelegd wegens een snelheidsovertreding van 22 km/h op een weg buiten de bebouwde kom. De overtreding vond plaats op 12 maart 2007 met het voertuig dat op zijn naam stond geregistreerd.

De betrokkene ontkende de overtreding en stelde dat het voertuig op dat moment bij een bedrijf stond voor controle van een nieuw LPG G3-systeem. Hij had het voertuig 's ochtends afgeleverd en 's avonds weer opgehaald, waarbij twee getuigen dit schriftelijk bevestigden. Volgens hem was er geen toestemming gegeven voor een testrit en was het bedrijf op eigen initiatief met het voertuig gaan rijden.

De wet op de administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) legt de sanctie op aan de kentekenhouder, tenzij deze aannemelijk maakt dat het voertuig tegen zijn wil door een ander werd gebruikt en dit redelijkerwijs niet kon worden voorkomen. Het hof oordeelde dat de betrokkene zijn voertuig ter beschikking had gesteld en de sleutels had achtergelaten, waardoor hij het gebruik niet redelijkerwijs kon voorkomen. Daarom kon hij geen beroep doen op de exceptie van artikel 8 WAHV Pro.

De foto van de overtreding werd niet betwist en de sanctie werd terecht aan de betrokkene opgelegd. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter dat de betrokkene de sanctie moet voldoen, waarbij het verhaalrecht op de feitelijke bestuurder buiten deze procedure valt.

Uitkomst: De sanctie van 128 euro wordt bevestigd en opgelegd aan de kentekenhouder ondanks gebruik door een derde.

Uitspraak

WAHV 108.004.406
19 juni 2008
CJIB 59105337519
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Alkmaar
van 21 februari 2008
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Alkmaar genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 128,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 22 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 12 maart 2007 om 12.02 uur op de Markerwaardweg te Wervershoof met het voertuig met het kenteken [AB-00-AB].
3.2. Niet in geschil is dat voormeld kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister op naam van de betrokkene stond geregistreerd.
3.3. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hij voert daartoe aan dat zijn voertuig ten tijde van de gedraging ter controle van het nieuw ingebouwde LPG G3 systeem bij de firma "[naam]" te [vestigingsplaats] stond. Hij heeft zijn voertuig daar 's ochtends om 08.00 uur afgeleverd en 's middags om 17.00 uur weer opgehaald. Twee getuigen hebben dit schriftelijk bevestigd. Voor zover hem bekend zou het testen van het systeem geschieden op een testbank alwaar de parameters door middel van een computer uitgelezen zouden worden. De betrokkene heeft dan ook nimmer toestemming gegeven om een testrit te maken. De firma "[naam]" heeft op eigen initiatief en zonder overleg met de betrokkene besloten om met het voertuig te gaan rijden. Derhalve is de betrokkene van mening dat de sanctie ten onrechte aan hem is opgelegd. Voorts merkt de betrokkene nog op dat hij de opgelegde sanctie niet kan afwentelen op de firma "[naam]", nu de controle eenmalig en bij hoge uitzondering geschiedde en hij geen enkele economische binding heeft met de betreffende firma.
3.4. Artikel 5 WAHV Pro bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken was ingeschreven in het kentekenregister ten tijde van de gedraging.
3.5. Artikel 8 WAHV Pro bevat een drietal uitzonderingen op de risicoaansprakelijkheid van artikel 5 WAHV Pro, waaronder het geval waarin degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig gebruik is gemaakt en de betrokkene dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. De wetgever heeft bij deze uitzondering met name gedacht aan gevallen van joyriding of diefstal en uitdrukkelijk niet aan gevallen van toegestaan gebruik. In die laatste gevallen zal de ingeschrevene in het kentekenregister volgens de wetgever niet kunnen beweren, dat hij de feitelijke beschikkingsmacht onvrijwillig heeft verloren (Kamerstukken II, 1987-1988, 20329, nr. 3, blz. 44, waar wordt verwezen naar Kamerstukken II, 19405, nr. 3, blz. 10, en nr. 6, blz. 20).
3.6. Gelet op de omstandigheid dat de betrokkene zijn voertuig op de dag van de overtreding ter beschikking heeft gesteld aan de firma "[naam]" en zijn sleutels heeft achtergelaten zodat de overtreder daarvan gebruik kon maken, is niet aannemelijk geworden dat de betrokkene het gebruik van zijn voertuig redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. Derhalve komt de betrokkene geen beroep toe op de exceptie van artikel 8 WAHV Pro.
3.7. Aangezien de gedraging ingevolge artikel 5 WAHV Pro op kenteken is geregistreerd en de betrokkene de gegevens op de in het dossier aanwezige fotoafdruk niet heeft betwist, is het hof van oordeel dat de beschikking terecht aan de betrokkene, als kentekenhouder, is opgelegd. Dit betekent dat op de betrokkene de last komt te rusten het bedrag van de opgelegde sanctie te voldoen. De vraag of de betrokkene dat bedrag zou kunnen verhalen op de feitelijke bestuurder ten tijde van de gedraging, valt echter buiten de beoordeling van het hof in deze WAHV-procedure.
3.8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.