ECLI:NL:GHLEE:2008:BE8963

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
24 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
108.003.628
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Poelman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 11 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging administratieve sanctie wegens overschrijding redelijke termijn berechting

De betrokkene werd geconfronteerd met een administratieve sanctie opgelegd door het CJIB, waarvoor hij geen zekerheid stelde binnen de gestelde termijn. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk. In hoger beroep klaagde de betrokkene over de lange duur van de procedure.

Het hof stelde vast dat tussen de verzending van de tweede en derde zekerheidsbrief ruim negen maanden verstreken zonder aanwijsbare of aanvaardbare oorzaak, wat een periode van inactiviteit van justitie betekende. Hierdoor werd de redelijke termijn van berechting zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro overschreden.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter, de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking. Dit arrest werd gewezen door mr. Poelman en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: De administratieve sanctie wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting.

Uitspraak

WAHV 108.003.628
24 juni 2008
CJIB 49093940921
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage
van 25 oktober 2007
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en evenmin dat de betrokkene dit verzuim niet binnen een nader gestelde termijn heeft hersteld.
3.2. De betrokkene klaagt onder meer over de lange duur van de procedure.
3.3. Het stelt hof vast dat er tussen de verzending van de tweede zekerheidsbrief op 9 oktober 2006 en de verzending van de derde zekerheidsbrief op 16 juli 2007 zonder aanwijsbare en aanvaardbare oorzaak sprake is geweest van een periode van inactiviteit van de zijde van justitie. Het hof is van oordeel dat aldus de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Het hof zal derhalve de bestreden beslissing, de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking vernietigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 16 augustus 2006, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 49093940921 de administratieve sanctie is opgelegd.
Dit arrest is gewezen door mr. Poelman, in tegenwoordigheid van mr. De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.