ECLI:NL:GHLEE:2008:BE9009

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
26 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
108.004.348
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:1 AwbArt. 6:6 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht 1Besluit proceskosten bestuursrecht 2Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13a
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken machtiging en terugwijzing naar rechtbank

De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk omdat geen geldige machtiging was overgelegd. De gemachtigde had echter bij brief een machtiging ingediend, en indien deze niet voldeed, had de kantonrechter de gemachtigde de kans moeten geven het verzuim te herstellen.

Het hof oordeelt dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat de gemachtigde niet de gelegenheid is geboden het verzuim te herstellen conform artikel 6:6 Awb Pro. Daarom wordt de beslissing van de kantonrechter vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank Maastricht.

Daarnaast veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten van rechtsbijstand, vastgesteld op € 80,50 met toepassing van een zeer lichte wegingsfactor. De zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van dit arrest.

Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.

Uitspraak

WAHV 108.004.348
26 juni 2008
CJIB 89104138503
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Maastricht
van 31 januari 2008
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Maastricht genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat van de zijde van de betrokkene geen (geldige) machtiging is overgelegd.
3.2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat hij bij zijn brief van
14 december 2007 een machtiging heeft overgelegd. Indien de kantonrechter van oordeel was dat deze machtiging niet aan alle daaraan te stellen eisen voldeed, dan had hij hem in de gelegenheid moeten stellen het verzuim te herstellen.
3.3. Het hof stelt het volgende voorop. Indien een ander dan de betrokkene beroep instelt, zal de kantonrechter overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:1, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) van degene die het heeft ingesteld een schriftelijke machtiging kunnen verlangen. Wordt de gevraagde machtiging niet verstrekt, dan kan ingevolge het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener van het beroep de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
3.4. Bij de stukken van het geding bevindt zich een door de gemachtigde uit eigen beweging overgelegde machtiging. Wat er ook zij van de geldigheid van deze machtiging, de kantonrechter had de gemachtigde van de betrokkene in ieder geval in de gelegenheid moeten stellen het door hem geconstateerde verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn.
3.5. Nu de gemachtigde niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen, is het hof van oordeel dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom vernietigen. Aangezien de kantonrechter de zaak niet inhoudelijk heeft behandeld, zal het hof de zaak terugwijzen naar de kantonrechter van rechtbank Maastricht.
3.6. Aangezien de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd, acht het hof termen aanwezig om de in hoger beroep gemaakte kosten te vergoeden. De kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in hoger beroep komen voor vergoeding in aanmerking, berekend als volgt: voor het hoger beroepschrift 1 punt met toepassing van de wegingsfactor 0,25 ( zeer licht ). Het hof zal derhalve de advocaat-generaal veroordelen tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van ( 1x € 322 x 0,25 = ) € 80,50.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Maastricht ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 80,50 en bepaalt dat dit dient te geschieden door overmaking van dit bedrag op rekeningnummer [nummer] ten name van Meerts te Beegden.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.