ECLI:NL:GHLEE:2008:BF3562
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Knijp
- Telman
- Wissink
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid voorzieningenrechter bij geschil over bindend advies na ontbinding aannemingsovereenkomst
Partijen sloten aannemingsovereenkomsten voor bouwwerkzaamheden, waarbij de AVA 1992 van toepassing waren, inclusief een arbitraal beding voor geschillenbeslechting. Na ontbinding van de overeenkomsten ontstond een geschil over het nog te betalen bedrag, dat partijen niet aan arbiters maar aan een bindend adviseur voorlegden. Deze adviseur stelde een bedrag vast dat [geïntimeerde] aan [appellant] moest betalen.
[Appellant] vorderde in kort geding betaling van dit bedrag en de kosten van het bindend advies. De voorzieningenrechter wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwd spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid van de vordering. In hoger beroep stelde [geïntimeerde] dat het geschil onder het arbitraal beding viel en de voorzieningenrechter dus onbevoegd was.
Het hof oordeelde dat partijen bewust hadden gekozen voor bindend advies in afwijking van het arbitraal beding en dat er geen aanwijzing was dat zij wilden dat geschillen over het bindend advies alsnog aan arbiters zouden worden voorgelegd. Daarom was de voorzieningenrechter bevoegd volgens art. 7:904 BW Pro. Het hof bekrachtigde het vonnis en verwierp de grieven wegens gebrek aan spoedeisend belang. De proceskosten werden verdeeld tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van afwijzing van de vordering wegens onvoldoende spoedeisend belang en oordeelt dat de voorzieningenrechter bevoegd is.