ECLI:NL:GHLEE:2008:BG0717

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
7 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
108.004.260
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Weenink
  • Van Wagtendonk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 2 BAHVArt. 5 WAHVArt. 3 WAHVArt. 142 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake administratieve sanctie snelheidsovertreding

Betrokkene werd een administratieve sanctie van €129 opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 28 km/u op een weg buiten de bebouwde kom. Tegen deze beslissing stelde betrokkene via zijn gemachtigde hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden.

De gemachtigde voerde aan dat de opsporingsbevoegdheid van de verbalisant niet toereikend was en dat er onduidelijkheid bestond over de communicatie tussen meerdere verbalisanten. Tevens werd een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Het hof oordeelde dat de opsporingsbevoegdheid wel degelijk toereikend is en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel reeds in eerdere zaken is verworpen zonder dat hernieuwde motivering noodzakelijk is.

Het hof constateerde geen feitelijke grondslag voor het verweer over meerdere verbalisanten. Gezien de wetsgeschiedenis en de tekst van de relevante artikelen concludeerde het hof dat de opsporingsbevoegdheid van de verbalisant zich uitstrekt tot het toezicht op de naleving van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het beroep en verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

WAHV 108.004.260
7 augustus 2008
CJIB 19102696703
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Roermond
van 31 januari 2008
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [adres],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 129,- opgelegd ter zake van “overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom, met 28 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2007 op de Heldenseweg te Neer, met het motorvoertuig met het kenteken [AB-00-AB]
3.2. Door de gemachtigde van de betrokkene is aangevoerd dat de opsporingsbevoegdheid van de verbalisant ontbreekt, nu zijn bevoegdheid zich niet uitstrekt tot "de", dat wil zeggen "alle" strafbare feiten van de Wegenverkeerswet 1994 of van de Provinciewet of van de Gemeentewet.
Voorts dient in een geval waarin meerdere verbalisanten zijn betrokken onderzocht te worden hoe de communicatie tussen hen is verlopen.
Tenslotte is een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel.
3.3. Uit de wetsgeschiedenis blijkt van de wil van de wetgever om het toezicht op de naleving van de WAHV parallel te laten lopen met de opsporing van overtredingen op het gebied van het verkeer (vgl. Memorie van toelichting, Kamerstukken II, 1987/88, nr. 3, pag. 36 t/m38, en Nota van toelichting bij het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (BAHV), Stb. 1994, 614, p. 8,9).
3.4. De opvatting van de gemachtigde dat een opsporingsambtenaar met beperkte opsporingsbevoegdheid op het gebied van de Wegenverkeerswet niet bevoegd zou zijn tot het toezicht op de naleving van de WAHV voor zover zijn opsporingsbevoegdheid strekt, berust op een met het uitgangspunt van de wetgever strijdige lezing van de tekst van art. 2, lid 2 aanhef en onder a. respectievelijk onder b. van het BAHV door "de" bij of krachtens de in dat artikellid genoemde wetten te lezen als "alle", zonder daarbij acht te slaan op de in artikel 142, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering vermelde restrictie.
3.5. Het verweer met betrekking tot de communicatie tussen verbalisanten mist feitelijke grondslag, nu uit het dossier niet blijkt van meer dan één verbalisant.
3.6. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel is door de gemachtigde in vele zaken aan het hof voorgelegd en in evenzovele zaken verworpen. Nu de gemachtigde geacht moet worden aan de betrokkene uiteen te kunnen zetten wat de opvatting van het hof dienaangaande is, vergt het belang van de betrokkene niet meer dat de verwerping van dit verweer opnieuw wordt gemotiveerd.
3.7. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor vergoeding van proceskosten ten behoeve van de betrokkene bestaat geen aanleiding.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek van de betrokkene om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Weenink en Van Wagtendonk in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.