ECLI:NL:GHLEE:2008:BG1106
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- J. Huiskes
- H.G.M. Dijstelbloem
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over juiste heffingsgrondslag bouwleges bij uitbreiding rioolwaterzuiveringsinstallatie
In deze bestuursrechtelijke zaak is in hoger beroep aan het Gerechtshof Leeuwarden voorgelegd of de rechtbank de heffingsgrondslag voor bouwleges correct heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar van de gemeente X had bouwleges geheven op basis van een bedrag van circa €10,8 miljoen aan bouwkosten, terwijl de rechtbank dit had teruggebracht tot ongeveer €4,1 miljoen. De discussie betrof met name de vraag of elektrotechnische, mechanische en besturingstechnische werken, alsmede grond- en inrichtingskosten, tot de bouwkosten gerekend mogen worden.
De rechtbank had geoordeeld dat deze specifieke werken niet tot de bouwkosten behoren en daarom niet meegenomen mochten worden in de heffingsgrondslag. Het hof stelt echter vast dat deze werken installaties zijn die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het gebouw (de rwzi) en dat zij volgens het normblad NEN 2631 onder bouwkosten vallen. De verwijzing in het aanvraagformulier naar dit normblad maakt dat er geen rechtens te beschermen vertrouwen bestaat dat deze kosten buiten de heffingsgrondslag blijven.
Verder oordeelt het hof dat de grond- en inrichtingskosten waarover de rechtbank niets had overwogen, wel degelijk tot de bouwkosten behoren, nu de heffingsambtenaar dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt en belanghebbende hiertegen geen wezenlijk verweer heeft gevoerd. Ook is vastgesteld dat de elektrotechnische, mechanische en besturingstechnische werken vergunningplichtig zijn en integraal onderdeel vormen van het bouwproject.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en bepaalt dat de bouwleges terecht zijn geheven over het hogere bedrag. Tevens wordt het ten onrechte geheven griffierecht teruggestort. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de bouwleges terecht zijn geheven over de volledige bouwkosten.