ECLI:NL:GHLEE:2008:BG2099
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Verschuur
- Kuiper
- Zandbergen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid appellant in hoger beroep inzake executoriaal beslag op privé-inboedel
In deze zaak stond centraal de vraag of appellant, die failliet was verklaard, nog belang had bij een vordering tot opheffing van executoriaal beslag dat was gelegd op roerende zaken in zijn privéwoning. De voorzieningenrechter had het beslag opgeheven omdat de goederen tot de privé-inboedel van de echtgenote van appellant behoorden en appellant niet meer bevoegd was tot beheer over zijn vermogen sinds zijn faillissement.
Appellant stelde dat hij een persoonlijk recht had op gebruik van de inboedel en dat het beslag op de echtelijke sponde buiten het faillissement viel. Het hof erkende dat appellant het beheer over het bed niet had verloren en dat hij dat beslag buiten de curator om had mogen aanvechten. Echter, appellant kon niet aangeven welke goederen uitsluitend van hem waren en waarop nog beslag rustte.
Gezien de onbetwiste vaststelling dat alle in beslag genomen zaken mede toebehoren aan de echtgenote en het feit dat het beslag was opgeheven, oordeelde het hof dat appellant geen procesbelang meer had bij zijn vordering in hoger beroep. Daarom werd hij niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken van procesbelang en veroordeeld in de kosten.