ECLI:NL:GHLEE:2008:BG3275
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Janse
- Zandbergen
- Telman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontbinding koopovereenkomst wegens financieringsvoorbehoud en afwijzing boete- en schadevordering curator
In deze zaak stond de uitleg van een ontbindende voorwaarde in een koopovereenkomst centraal, waarbij partijen verdeeld waren over de vraag of de ontbinding slechts plaatsvond indien de koper vóór 11 januari 2004 de voorwaarde inroept. Het hof oordeelde dat de bewoordingen van de overeenkomst duiden op een ontbindende voorwaarde die van rechtswege intreedt bij het niet verkrijgen van financiering voor die datum, zonder dat een expliciete inroeping vereist is.
De curator, handelend namens de failliete partij, had vorderingen ingesteld tot betaling van een contractuele boete en schadevergoeding wegens het niet nakomen van de overeenkomst. Het hof overwoog dat voor het opeisen van deze bedragen een geldige ingebrekestelling met een termijn van acht dagen vereist is, welke door de curator onvoldoende was gesteld. De enkele stelling dat meerdere sommaties waren verzonden volstond niet om aan dit vereiste te voldoen.
Verder benadrukte het hof dat de uitleg van de overeenkomst moet plaatsvinden aan de hand van de Haviltex-norm, waarbij de zin die partijen redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen centraal staat. Gezien het ontbreken van feiten die een andere uitleg ondersteunen, werd de uitleg van geïntimeerden gevolgd.
Uiteindelijk werd het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 5 april en 13 december 2006 bekrachtigd, waarbij de curator in de kosten van het hoger beroep werd veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontbinding van de koopovereenkomst en wijst de vordering van de curator tot boete en schadevergoeding af.