ECLI:NL:GHLEE:2008:BG4214
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor diefstal uit voertuigen en toewijzing schadevergoeding
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor drie diefstallen gepleegd in oktober 2005, waarbij mobiele telefoons, een afstandsbediening en een motorfiets werden weggenomen uit voertuigen door middel van braak. De feiten zijn bewezen verklaard met inachtneming van de recidivegrond van artikel 43a Sr, hoewel deze niet gunstiger was dan de oude wetgeving.
In een aparte tenlastelegging (zaak B) werd de verdachte verweten geen gehoor te hebben gegeven aan een stopteken van een politieambtenaar op 19 april 2007, maar deze tenlastelegging werd nietig verklaard omdat onvoldoende duidelijk was op welk wettelijk voorschrift het bevel was gebaseerd. Hierdoor volgde vrijspraak voor dit onderdeel.
Het hof oordeelde dat de verdachte strafbaar was voor de bewezen verklaarde diefstallen en geen strafuitsluitingsgronden aanwezig waren. Gelet op de ernst van de feiten en de recidive werd een gevangenisstraf van drie maanden opgelegd, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding van €968,12 werd toegewezen, met hoofdelijkheid tussen verdachte en mededader. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd met een vervangende hechtenis van negentien dagen bij niet-betaling.
Het arrest werd gewezen door het Gerechtshof Leeuwarden op 10 november 2008, waarbij het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof opnieuw recht deed.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf en toewijzing van schadevergoeding van €968,12.