ECLI:NL:GHLEE:2008:BG5237
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdig beroep op onbevoegdheid rechtbank bij concurrentiebeding
Appellant was sinds 1979 in dienst van Vandijke Semo en had een concurrentiebeding getekend in 1980. Na beëindiging van het dienstverband ontstond een geschil over de naleving van dit beding, waarbij appellant werd verweten telers te benaderen in strijd met het beding. De rechtbank Groningen oordeelde dat appellant niet tijdig het verweer van onbevoegdheid had gevoerd, waardoor zij bevoegd was het geschil te behandelen. Appellant stelde hiertegen beroep in hoger beroep in, maar het hof stelde vast dat dit beroep niet ontvankelijk was omdat appellant niet aan de vereiste procesregels had voldaan.
Het hof onderschreef de uitleg van de advocaat-generaal over de toepasselijkheid van artikel 157 Rv Pro oud en de beoordeling of een vordering betrekkelijk is tot een arbeidsovereenkomst. Het hof bevestigde dat de vordering van Vandijke Semo vanaf het begin betrekking had op een arbeidsovereenkomst en dat de rechtbank terecht bevoegd was het geschil te behandelen. Omdat appellant de exceptie van onbevoegdheid niet tijdig voor alle weren had aangevoerd, kon hij in hoger beroep niet worden ontvangen.
De uitspraak bevestigt dat bij betwisting van een concurrentiebeding de kantonrechter bevoegd is, tenzij tijdig een exceptie van onbevoegdheid wordt ingediend. Het hof veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling van de schadevaststelling.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet-tijdig beroep op onbevoegdheid rechtbank.