ECLI:NL:GHLEE:2008:BG7012
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Huiskes
- G.M. van der Meer
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de bevoegdheid en grondslag van navorderingsaanslag schenkingsrecht bij bedrijfsoverdracht
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat de navorderingsaanslag schenkingsrecht van 10 februari 2004 onrechtmatig was opgelegd en dat geen sprake was van een schenking bij de overdracht van onroerende zaken en melkquotum binnen een bedrijfsoverdracht. Tevens stelde hij dat een inverdienregeling de waarde zou verminderen en dat de aanslag onjuist was vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat sprake was van een materiële bevoordeling van belanghebbende door zijn vader, wat een schenking inhoudt. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur bevoegd was de aanslag op te leggen en dat de inverdienregeling niet aannemelijk was gemaakt. Ook werd de natuurlijke verbintenis als vrijstellingsgrond verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond vanwege dubbele heffing en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank en verwierp de grieven van belanghebbende. Het hof oordeelde dat de inspecteur bevoegd was en dat de aangifte voldoende was. De inverdienregeling werd niet bewezen geacht en de natuurlijke verbintenis werd niet erkend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Proceskostenveroordeling werd niet toegewezen door het hof.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag schenkingsrecht als terecht opgelegd.