ECLI:NL:GHLEE:2008:BH0358
Gerechtshof Leeuwarden
- Verzet
- Telman
- De Bock
- Verschuur
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen bestuursrechtelijke dwangsommen wegens termijnoverschrijding
In deze zaak stond centraal het verzet van appellant tegen twee dwangbevelen van de gemeente Ooststellingwerf, waarbij aanzienlijke bedragen aan dwangsommen werden gevorderd. Het verzet was ingesteld na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken na betekening van de dwangbevelen aan het parket van de officier van justitie, omdat appellant destijds in het buitenland verbleef zonder een bekend woonadres in Nederland.
Het hof bevestigde dat de betekening rechtsgeldig had plaatsgevonden aan het parket, waardoor de termijn voor verzet was gestart. Hoewel appellant betwistte dat tweede afschriften van de exploten hem hadden bereikt, stelde het hof vast dat verzending van deze afschriften geen onderdeel uitmaakt van de betekening en dus niet relevant is voor de termijnstart. Bovendien was appellant op de hoogte van de dwangbevelen uiterlijk na executoriaal beslaglegging op zijn onroerende zaken, begin juni 2004.
Het hof oordeelde dat appellant de termijnoverschrijding niet kon rechtvaardigen, mede omdat hij al eerder tegen een eerder dwangbevel verzet had ingesteld en zijn advocaat de brieven van de gemeente had ontvangen. De grieven tegen het oordeel van de rechtbank dat het verzet niet-ontvankelijk was, werden verworpen. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.