ECLI:NL:GHLEE:2008:BH0361
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Breemhaar
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag wegens arbeidsongeschiktheid en reïntegratieproblemen
Appellant was sinds 1991 in dienst als elektromonteur bij Installatietechniek c.s. en viel in 2001 uit wegens nek- en schouderklachten. Na diverse medische behandelingen en reïntegratiepogingen bleef appellant arbeidsongeschikt met een WAO-uitkering van 80-100%.
Installatietechniek c.s. vroeg in 2003 en 2005 ontslagvergunningen aan wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, waarvan de eerste werd geweigerd en de tweede verleend. Het dienstverband eindigde per 30 juni 2005. Appellant stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde een schadevergoeding van ruim €62.000, gebaseerd op de kantonrechtersformule.
Het hof stelde vast dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor een direct verband tussen zijn arbeidsongeschiktheid en werkzaamheden. Wel oordeelde het hof dat Installatietechniek c.s. niet volledig aan hun reïntegratieverplichtingen hadden voldaan, onder meer door het niet tijdig aanbieden van voorzieningen en het prematuur aanvragen van een ontslagvergunning, waardoor de vertrouwensbasis werd ondermijnd.
Het ontslag werd daarom als kennelijk onredelijk beoordeeld, maar de gevorderde vergoeding werd aanzienlijk gematigd tot €10.000, mede omdat de inkomensderving het gevolg was van arbeidsongeschiktheid en niet van het ontslag zelf. De proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: Het gerechtshof oordeelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is en kent appellant een schadevergoeding van €10.000 toe.