ECLI:NL:GHLEE:2008:BH9292

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.009.010
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 8 WAHVArt. 11 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bij niet-stellen zekerheid door huurder motorrijtuig

In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om een hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van een beroep van een in Duitsland wonende student, die als huurder van een motorrijtuig administratief werd aangesproken voor een verkeersovertreding. De betrokkene had geen zekerheid gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie binnen de wettelijke termijn en reageerde niet op brieven die haar daartoe opriepen.

Het hof oordeelde dat het in strijd met een goede procesorde is om in hoger beroep voor het eerst een beroep op onvoldoende draagkracht te doen, zeker wanneer de betrokkene niet heeft gereageerd op de verzoeken om zekerheid te stellen. De kantonrechter had het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast legde het hof uit dat de administratieve sanctie aan de huurder van het voertuig is opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), omdat deze huurovereenkomst aangaf dat de betrokkene ten tijde van de overtreding de huurder was. De betrokkene werd niet verweten de gedraging zelf te hebben verricht, maar werd als huurder aansprakelijk gesteld.

Het gerechtshof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het beroep af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring wegens het niet stellen van zekerheid door de huurder van het motorrijtuig.

Uitspraak

WAHV 200.009.010
10 november 2008
CJIB 19104671307
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Arnhem
van 30 november 2007
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats] (Duitsland).
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Arnhem genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en evenmin dat de betrokkene dit verzuim niet binnen een nader gestelde termijn heeft hersteld.
3.2. De betrokkene voert aan dat zij student is en daarom het boetebedrag niet kan betalen. Naar het hof begrijpt heeft zij om die reden geen zekerheid gesteld.
3.3. Bij brief van 7 juni 2007 is de betrokkene gewezen op de wettelijke verplichting om vóór de behandeling van het beroepschrift door de kantonrechter zekerheid te stellen voor het bedrag van de sanctie. Bij brief van 22 juni 2007 is de betrokkene opnieuw in de gelegenheid gesteld om zekerheid te stellen. Op geen van beide brieven heeft de betrokkene gereageerd. De brieven zijn verzonden naar het adres van de betrokkene zoals vermeld in het beroepschrift aan de kantonrechter en zijn niet als onbestelbaar geretourneerd.
3.4. Het is naar het oordeel van het hof - behoudens in geval van bijzondere omstandigheden, waarvan in deze zaak niet is gebleken - in strijd met de beginselen van een goede procesorde dat in hoger beroep voor het eerst wordt aangevoerd, dat zekerheidstelling niet kan plaatsvinden op grond van te geringe draagkracht. Immers, ook van een niet professionele procespartij mag worden verwacht dat op de toegezonden brieven wordt gereageerd door ofwel de gevraagde zekerheidstelling te verschaffen ofwel uiteen te zetten, waarom men hiertoe niet kan overgaan.
Nu de betrokkene binnen de daartoe gestelde termijn niet heeft voldaan aan de verplichting tot zekerheidstelling en evenmin in reactie op de haar gezonden brieven heeft aangegeven dat zij wegens onvoldoende financiële draagkracht geen zekerheid kon stellen, heeft de kantonrechter terecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal die beslissing dan ook bevestigen.
3.5. Ten behoeve van de betrokkene merkt het hof het volgende op.
Ingevolge artikel 5 WAHV Pro wordt - indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is - de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Daarbij wordt die kentekenhouder gewezen op het bepaalde in artikel 8 WAHV Pro. Artikel 8 WAHV Pro houdt onder meer in dat de officier van justitie de beschikking vernietigt indien de kentekenhouder een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig was. In dat geval is de officier van justitie bevoegd tot het opleggen van de administratieve sanctie aan de huurder van het motorrijtuig.
In het onderhavige geval is de sanctie aan de betrokkene opgelegd, omdat uit een overgelegde huurovereenkomst is gebleken dat de betrokkene de huurder van het motorrijtuig was ten tijde van de gedraging. Derhalve wordt de betrokkene niet verweten dat zij de onderhavige gedraging heeft verricht, maar wordt zij slechts als huurder van het voertuig hiervoor aangesproken.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.