ECLI:NL:GHLEE:2009:BH0891

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001159-08
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.M. Poelman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 RVV 1990Art. 21 RVV 1990Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep snelheidsovertreding en recidivebeoordeling volgens RVV 1990

In deze strafzaak stond de snelheidsovertreding van verdachte centraal, waarbij hij werd verdacht van het rijden met 137 km/u op een weg met een maximumsnelheid van 100 km/u. De kantonrechter had verdachte veroordeeld en hem als recidivist aangemerkt op grond van een eerdere overtreding van artikel 19 RVV Pro 1990 (het zogenaamde bumperkleven).

Het hof stelt vast dat overtreding van artikel 19 RVV Pro 1990 niet automatisch betekent dat de toegestane maximumsnelheid in absolute zin is overschreden en derhalve niet kwalificeert als een gedocumenteerde snelheidsovertreding binnen de recidiveregeling snelheidsovertredingen. Hierdoor was de eerdere veroordeling niet relevant voor recidive en was het onjuist om verdachte als recidivist te bestempelen.

Het hof vernietigt daarom het eerdere vonnis en veroordeelt verdachte opnieuw voor de snelheidsovertreding van 137 km/u, kwalificerend als overtreding van artikel 21 RVV Pro 1990. De opgelegde geldboete bedraagt 230 euro met een vervangende hechtenis van vier dagen bij niet-betaling. De vordering van de advocaat-generaal tot een hogere boete en ontzegging van rijbevoertuigen wordt afgewezen.

De uitspraak benadrukt het belang van een juiste interpretatie van de recidiveregeling en de specifieke kwalificatie van verkeersovertredingen binnen het RVV 1990. Verdachte werd niet veroordeeld voor de eerdere overtreding, maar alleen voor de snelheidsovertreding op 7 augustus 2007.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van 230 euro met vervangende hechtenis van vier dagen bij niet-betaling wegens snelheidsovertreding zonder toepassing van recidive.

Uitspraak

Gerechtshof te Leeuwarden
Parketnummer: 24-001159-08
Parketnummer eerste aanleg: 17-570700-07
Arrest van 23 januari 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, enkelvoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Leeuwarden, zitting houdende te Heerenveen, van 16 april 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1975] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte
mr. E. Franssen, advocaat te Winschoten.
Het vonnis waarvan beroep
De kantonrechter van de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een overtreding veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 9 januari 2009, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een geldboete van driehonderdvierentwintig euro, subsidiair te vervangen door 6 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 7 augustus 2007 te of bij [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straat], welke weg als autoweg was aangeduid, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 137 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat verdachte op 7 augustus 2007 te [plaats] in de gemeente [gemeente], buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straat], welke weg als autoweg was aangeduid, heeft gereden met een snelheid van 137 kilometer per uur.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op de overtreding:
overtreding van artikel 21, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
* Het hof heeft zich bij het bepalen van de straf laten leiden door de in dezen toepasselijke "Richtlijn voor strafvordering, tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften" (hierna: de Richtlijn).
* Blijkens het uittreksel justitiële documentatie d.d. 20 oktober 2008 is verdachte op
* 17 juli 2007 door de kantonrechter van de rechtbank Groningen veroordeeld ter zake van overtreding van artikel 19 Reglement Pro verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Die veroordeling is op 1 augustus 2007 onherroepelijk geworden. Artikel 19 RVV Pro 1990 ziet op de situatie dat een bestuurder in staat moet zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is; het zogenoemde bumperkleven. Dit artikel is opgenomen in paragraaf 8, met als titel 'maximumsnelheid', van hoofdstuk 2 van het RVV 1990 en in de Richtlijn is de voor dit feit op te leggen straf gekoppeld aan de snelheid waarmee de overtreding is verricht in relatie tot de afstand, gemeten in meters, dan wel in tienden van seconden.
* De in de onderhavige zaak door de kantonrechter toegepaste Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg), zoals omschreven in de Richtlijn, luidt - voor zover hier van belang - als volgt:
* "Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen een jaar na afdoening van één van de vorige gedocumenteerde snelheidsovertreding(en).".
* Gelet op de bij voornoemde recidiveregeling behorende tabel, waarin het sanctiebedrag van de overtreding is gerelateerd aan de mate van overschrijding van de maximumsnelheid, is het hof van oordeel dat de recidiveregeling ziet op herhaling van een overtreding waarbij de toegestane maximum snelheid in absolute zin is overschreden.
* Overtreding van artikel 19 RVV Pro 1990 brengt niet zonder meer mee dat de toegestane maximum snelheid in absolute zin is overschreden en levert naar het oordeel van het hof reeds daarom geen gedocumenteerde snelheidsovertreding op als bedoeld in de Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg). Aan dit oordeel kan niet afdoen dat artikel 19 RVV Pro 1990 is opgenomen in paragraaf 8 van hoofdstuk 2 van het RVV 1990. Het hof is op grond van het hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel - anders dan de advocaat-generaal - dat de kantonrechter de verdachte ten onrechte als recidivist in de zin van voormelde regeling heeft aangemerkt. De hiervoor bewezenverklaarde overtreding zal dan ook worden aangemerkt als een eerste overtreding in de zin van voornoemde recidiveregeling. Om die reden zal het hof afwijken van de door de advocaat-generaal gevorderde straf en na te melden geldboete opleggen, waarvan de hoogte gelijk is aan het - ten onrechte - niet aan verdachte aangeboden transactievoorstel.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 177 en 178 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 21 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van tweehonderddertig euro;
beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.M. Poelman, in tegenwoordigheid van
mr. H.J. Samplonius als griffier.