ECLI:NL:GHLEE:2009:BH0891
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.M. Poelman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep snelheidsovertreding en recidivebeoordeling volgens RVV 1990
In deze strafzaak stond de snelheidsovertreding van verdachte centraal, waarbij hij werd verdacht van het rijden met 137 km/u op een weg met een maximumsnelheid van 100 km/u. De kantonrechter had verdachte veroordeeld en hem als recidivist aangemerkt op grond van een eerdere overtreding van artikel 19 RVV Pro 1990 (het zogenaamde bumperkleven).
Het hof stelt vast dat overtreding van artikel 19 RVV Pro 1990 niet automatisch betekent dat de toegestane maximumsnelheid in absolute zin is overschreden en derhalve niet kwalificeert als een gedocumenteerde snelheidsovertreding binnen de recidiveregeling snelheidsovertredingen. Hierdoor was de eerdere veroordeling niet relevant voor recidive en was het onjuist om verdachte als recidivist te bestempelen.
Het hof vernietigt daarom het eerdere vonnis en veroordeelt verdachte opnieuw voor de snelheidsovertreding van 137 km/u, kwalificerend als overtreding van artikel 21 RVV Pro 1990. De opgelegde geldboete bedraagt 230 euro met een vervangende hechtenis van vier dagen bij niet-betaling. De vordering van de advocaat-generaal tot een hogere boete en ontzegging van rijbevoertuigen wordt afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste interpretatie van de recidiveregeling en de specifieke kwalificatie van verkeersovertredingen binnen het RVV 1990. Verdachte werd niet veroordeeld voor de eerdere overtreding, maar alleen voor de snelheidsovertreding op 7 augustus 2007.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van 230 euro met vervangende hechtenis van vier dagen bij niet-betaling wegens snelheidsovertreding zonder toepassing van recidive.