ECLI:NL:GHLEE:2009:BH1499

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
30 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000259-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitieArt. 57 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens bezit van amfetamine, MDMA en pepperspray met eerdere veroordelingen

Verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter in Assen veroordeeld voor bezit van amfetamine en een MDMA bevattend middel in hoeveelheden die duiden op meer dan eigen gebruik, alsmede bezit van een busje pepperspray. Verdachte kwam hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het stelde vast dat de hoeveelheden drugs inderdaad niet voor eigen gebruik waren en dat verdachte verklaarde de drugs te bezitten vanwege gebrek aan inkomen. Daarnaast werd rekening gehouden met eerdere veroordelingen van verdachte op het gebied van de Opiumwet en Wet wapens en munitie.

Het hof veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering had doorgebracht. Voor zover meer of anders ten laste was gelegd werd verdachte vrijgesproken. Het hof achtte verdachte strafbaar en vond geen strafuitsluitingsgronden aanwezig.

De straf werd passend geacht gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte. Het hof baseerde zich op relevante wetsartikelen uit het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet en de Wet wapens en munitie.

Deze uitspraak werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Leeuwarden op 30 januari 2009.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor bezit van amfetamine, MDMA en pepperspray.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000259-08
Parketnummer eerste aanleg: 19-621906-07
Arrest van 30 januari 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 21 januari 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1981] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. C.C.N. Brens-Cats, advocaat te Emmen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van de door verdachte in verzekering doorgebrachte tijd.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan dit arrest is gehecht een fotokopie van de inleidende dagvaarding. De inhoud van de tenlastelegging wordt geacht hier te zijn overgenomen.
Bewezenverklaring
(zie de aangehechte, uitgestreepte tenlastelegging)
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:
onder 1. en 2. telkens:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
onder 3.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte, die ten tijde van de onderhavige feiten nog maar relatief kort vrij was nadat hij een lange vrijheidsstraf had ondergaan, is zowel op het gebied van de Opiumwet als op het gebied van de Wet wapens en munitie reeds eerder veroordeeld. De hoeveelheden drugs die in het onderhavige geval op verdachte werden aangetroffen duiden erop dat een en ander niet slechts voor eigen gebruik was. Daar komt bij dat verdachte ter terechtzitting van het hof heeft verklaard dat hij de drugs in zijn bezit had omdat hij geen inkomen had en hij "toch aan geld moest komen".
Het hof acht onder deze omstandigheden de door de eerste rechter opgelegde straf passend en geboden en het vindt in hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw daarover hebben aangevoerd geen aanleiding om van deze straf af te wijken.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee maanden;
beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeldonder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. S. Zwerwer en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. Foppen voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.