ECLI:NL:GHLEE:2009:BH3063

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
17 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000565-07
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dam
  • Hielkema
  • Van Haastert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 140 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak deelname aan criminele organisatie voor hennepteelt wegens onvoldoende bewijs

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met het telen, bereiden, verwerken, verkopen en vervoeren van hennep. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd vanwege onvoldoende bewijs dat het samenwerkingsverband tussen verdachte en anderen als een organisatie in de zin van artikel 140 Sr Pro kan worden aangemerkt.

Het hof constateerde dat verdachte samen met anderen hennepstekken heeft gekweekt, maar dat dit samenwerkingsverband niet voldoende duurzaam en gestructureerd was om te kwalificeren als een criminele organisatie. Hierdoor kon het ten laste gelegde niet worden bewezen.

De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van 14 maanden geëist, maar het hof sprak verdachte vrij. Het arrest werd gewezen door mr. Dam, voorzitter, mr. Hielkema en mr. Van Haastert, en het vonnis van de rechtbank Assen werd vernietigd.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000565-07
Parketnummer eerste aanleg: 19-810065-05
Arrest van 17 februari 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 27 februari 2007 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1965] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
thans verblijvende in PI Overijssel, HvB Karelskamp, Almelo te Almelo,
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De officier van justitie en de verdachte zijn op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd, dat:
verdachte in of omstreeks de periode van 1 juli 2003 tot en met 4 juli 2005 in de gemeente(n) [gemeente] en/of elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, bestaande in:
- de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) telen, bereiden, verwerken,
verkopen, afleveren en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van hennep, als bedoeld in
artikel 1 van Pro de Opiumwet, vermeld op de bij de Opiumwet vermelde lijst II.
Vrijspraak
Gebleken is dat verdachte zich met anderen in veelal wisselende samenstelling heeft schuldig gemaakt aan overtredingen van de Opiumwet. Zo heeft verdachte onder meer samen met anderen hennepstekken gekweekt. Voor zover er bij die samenwerking van verdachte met derden al sprake was van een duurzaam samenwerkingsverband acht het hof dat samenwerkingsverband niet voldoende gestructureerd om aan te merken als organisatie als bedoeld in artikel 140 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Derhalve acht het hof niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. Dam, voorzitter, mr. Hielkema en
mr. Van Haastert, in tegenwoordigheid van G. Boersma als griffier,
zijnde mr. Van Haastert voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.