ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4158

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
3 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.011.034/01
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Bock
  • Verschuur
  • Onnes-Wind
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 sub 1 EEX-VoArt. 2 EEX-VoArt. 6:116 BWArt. 57 lid 1 CISGArt. 74 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid rechter bij geschil over schoonmaakdiensten te Antwerpen

In deze zaak gaat het om een geschil tussen JPB Industrial Services Delfzijl B.V. en Buchen Industrial Services N.V. over de uitvoering van een overeenkomst waarbij JPB schoonmaakwerkzaamheden verrichtte te Antwerpen.

JPB stelde dat de rechtbank Groningen bevoegd was omdat daar de kenmerkende prestatie plaatsvond en omdat materiaal en personeel daar werden ingezet. Het hof oordeelde echter dat op grond van artikel 5 sub Pro 1 onder b van de EEX-Verordening de plaats van uitvoering van de dienst bepalend is, namelijk Antwerpen.

Het hof verwierp de grieven van JPB en bevestigde dat de rechter te Antwerpen bevoegd is. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Groningen en veroordeelde JPB in de proceskosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bevestigt de bevoegdheid van de rechter te Antwerpen en wijst het verzoek van JPB tot bevoegdverklaring van de rechtbank Groningen af.

Uitspraak

Arrest d.d. 3 februari 2009
Zaaknummer 200.011.034/01
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
JPB Industrial Services Delfzijl B.V.,
gevestigd te Farmsum,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: JPB,
advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden,
tegen
de vennootschap naar Belgisch recht
Buchen Industrial Services N.V.,
gevestigd te Olen (België),
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: Buchen,
advocaat: mr. J.B. Dijkema, kantoorhoudende te Leeuwarden.
Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis in het incident en in de hoofdzaak uitgesproken op 14 mei 2008 door de rechtbank Groningen.
Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 28 juli 2008 is door JPB hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van Buchen tegen de zitting van 6 augustus 2008.
De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep luidt:
"om bij arrest, bij voorraad uitvoerbaar, het op 14 mei 2008 door de Rechtbank Groningen onder zaaknummer 99528 tussen partijen gewezen vonnis te vernietigen, en, opnieuw rechtdoende, zich alsnog bevoegd te verklaren om van de vordering in de hoofdzaak tussen partijen kennis te nemen en de zaak ex artikel 74 Rv Pro terug te verwijzen naar de Rechtbank Groningen voor de verdere afvloeiing van het geding en met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties."
JPB heeft een memorie van grieven genomen.
Bij memorie van antwoord is door Buchen verweer gevoerd met als conclusie:
"om bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, zonodig onder aanvulling en/of verbetering van de gronden, te bekrachtigen het eindvonnis d.d. 14 mei 2008 onder rolnummer 99528 / HA ZA 08-77 door de Rechtbank te Groningen tussen partijen gewezen, met veroordeling van appellante in de kosten in beide instanties."
Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.
De grieven
JPB heeft twee grieven opgeworpen.
De beoordeling
Met betrekking tot de vordering
1. JPB vordert - onder meer - dat het hof, opnieuw rechtdoende, zich alsnog bevoegd verklaart om van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen en de zaak ex artikel 74 Rv Pro terug te verwijzen naar de rechtbank Groningen.
2. Het hof verstaat de vordering van JPB aldus, gelijk kennelijk ook Buchen de vordering heeft verstaan, dat het hof alsnog de rechtbank Groningen bevoegd verklaart om van de vordering van JPB kennis te nemen en de zaak voor behandeling van het geschil in de hoofdzaak alsnog naar de rechtbank Groningen terugverwijst.
Met betrekking tot de feiten
3. Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.4) van genoemd vonnis van 14 mei 2008 is geen grief ontwikkeld, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan.
Met betrekking tot de grieven
Grief I
4. In de grief en de toelichting daarop voert JPB aan dat de rechtbank zich bevoegd had moeten verklaren op grond van artikel 5 sub Pro 1 EEX-Vo. JPB voert hiertoe aan dat als plaats van uitvoering van de overeenkomst tussen partijen Groningen als vestigingsplaats van JPB moet worden aangemerkt, omdat - samengevat -:
- daar materiaal en personen ter beschikking zijn gesteld voor de uitvoering van de overeenkomst;
- op grond van artikel 6:116 BW Pro danwel artikel 57 lid 1 CISG Pro betaling door Buchen, hetwelk als de kenmerkende prestatie moet worden aangemerkt, ook te Groningen moet plaatsvinden;
- partijen hun afspraken op 4 januari 2007 in Nederland hebben gemaakt.
5. Het hof is van oordeel dat de overeenkomst tussen partijen met name de verstrekking van diensten door JPB aan Buchen betreft, te weten het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden te Antwerpen. Ingevolge artikel 5 sub Pro 1 onder b EEX-Vo dient dan als plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd, te worden aangemerkt "de plaats in een lidstaat waar de diensten volgens de overeenkomst verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden;". Op grond van artikel 5 sub Pro 1 EEX-Vo. is dus naast de op grond van artikel 2 EEX Pro-Vo aangewezen rechter, de rechter te Antwerpen bevoegd om van de vordering van JPB kennis te nemen. Geen van de hiervoor in rechtsoverweging 4 door JPB aangevoerde grondslagen kunnen naar het oordeel van het hof in afwijking hiervan leiden tot bevoegdheid van de rechtbank Groningen.
6. De grief faalt dus.
Grief II
7. De grief heeft geen zelfstandige betekenis en behoeft dus geen behandeling.
De slotsom.
8. Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd met veroordeling van JPB als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep (tarief II; één punt)
De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt JPB in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van Buchen tot aan deze uitspraak op € 303,-- aan verschotten en € 894,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
Aldus gewezen door mrs. De Bock, voorzitter, Verschuur en Onnes-Wind, raden,
en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 3 februari 2009 in bijzijn van de griffier.