ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4189
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Rowel-van der Linde
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake rekenplicht en verdeling nalatenschap erflaatster
In deze civiele zaak staat de afwikkeling van de nalatenschap van de erflaatster centraal. Appellante vordert onder meer dat geïntimeerde 1, als rechtsopvolger van haar zuster, tot rekening en verantwoording wordt gehouden over het vermogen van de erflaatster en dat bepaalde goederen aan haar worden afgegeven. Tevens vraagt zij om benoeming van een boedelnotaris en inzage in financiële administratie.
Het hof oordeelt dat uit de stellingen van appellante onvoldoende blijkt dat geïntimeerde 1 of haar voorganger gehouden waren tot het voeren van een vermogensrechtelijk beleid ten aanzien van het vermogen van de erflaatster. Het feit dat kasopnamen werden gedaan ten behoeve van de erflaatster betekent niet dat er een rekenplicht bestond jegens haar of andere erfgenamen. Voor terugvordering van onttrokken bedragen verwijst het hof naar artikel 3:171 BW Pro.
Verder overweegt het hof dat de geestelijke gesteldheid van de erflaatster niet zonder meer impliceert dat zij niet in staat was tot het geven van opdrachten voor kasopnamen. De vorderingen van appellante worden daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank Groningen wordt bekrachtigd. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van appellante af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.