ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4491
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Verschuur
- Kuiper
- Rowel-van der Linde
- Rechtspraak.nl
Vermindering beslagbedrag en opheffing beslag op zeeschip na bouwvertraging en wanprestatie
In deze civiele zaak staat het geschil tussen [appellant] en Maas Shipyard Hoogezand B.V. centraal over de bouw en oplevering van het zeeschip m.s. Bornrif. Maas Shipyard bouwde het schip in opdracht van [appellant], maar de oplevering liep ernstige vertraging op. Na stopzetting van de bouw in februari 2007 nam [appellant] de afbouw zelf ter hand. Maas Shipyard legde conservatoir beslag op het schip wegens een vordering van circa €5 miljoen.
In eerste aanleg wees de voorzieningenrechter het verzoek van [appellant] tot opheffing van het beslag af, maar stond toe dat het schip onder beslag kon varen totdat de bodemrechter uitspraak deed. [appellant] ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Het hof oordeelde dat een deel van de vordering van Maas Shipyard ondeugdelijk was, waardoor het beslagbedrag moest worden verminderd tot €1.850.000. De vordering tot opheffing van het beslag werd afgewezen, maar de subsidiaire vordering tot vermindering van het beslagbedrag werd toegewezen.
Het hof ging ook in op de door [appellant] gestelde tegenvordering wegens extra kosten en tijdverlies, waarvan een deel voorshands aannemelijk werd geacht. De vordering tot teruggave van de bankgarantie werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat de garantie haar zelfstandige karakter had verloren. Het arrest bekrachtigde verder het vonnis van de voorzieningenrechter, veroordeelde [appellant] in de kosten van het hoger beroep en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het beslag op het schip Bornrif wordt verminderd tot €1.850.000 en het verzoek tot opheffing van het beslag wordt afgewezen.