ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4547
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Melssen
- Jonkman
- Beversluis
- Rechtspraak.nl
Vader als belanghebbende in ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
In deze zaak ging het om de vraag of de vader van een minderjarige als belanghebbende moest worden aangemerkt in een procedure over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De kinderrechter had de vader niet als belanghebbende erkend vanwege het ontbreken van family life, omdat hij de minderjarige ruim zes jaar niet had gezien.
Het hof stelde vast dat de vader zowel biologisch als juridisch ouder is en dat volgens artikel 1:254 lid 4 BW Pro een ouder, ongeacht het gezag, een verzoek tot ondertoezichtstelling kan indienen. Daarom moet hij in beginsel als belanghebbende worden aangemerkt in dergelijke procedures.
Het hof vond het ontbreken van family life onvoldoende reden om de vader het belanghebbende-statuut te onthouden. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken die dit zouden rechtvaardigen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de vader werd alsnog als belanghebbende erkend.
Tegelijkertijd werd het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk verklaard omdat de verzoeken van de raad reeds waren toegewezen. De vader werd dus niet ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
Uitkomst: De vader wordt als belanghebbende erkend, maar zijn hoger beroep tegen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing wordt niet-ontvankelijk verklaard.