ECLI:NL:GHLEE:2009:BH5893

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000258-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep op veroordeling voor opzettelijke overtreding van de Opiumwet met amfetamine

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Assen, waarin verdachte was veroordeeld wegens het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 4 gram amfetamine. De politierechter had een straf opgelegd, maar het hof vernietigde dit vonnis en deed opnieuw recht.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 30 oktober 2007 in de gemeente een hoeveelheid amfetamine bij zich had, een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet. Verdachte werd strafbaar verklaard voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder C, van de Opiumwet. Andere ten laste gelegde feiten werden niet bewezen verklaard.

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met het justitiële verleden van verdachte, die in 2005 ook al was veroordeeld voor een soortgelijk feit. Gezien de ernst van het feit en het verleden legde het hof een werkstraf van 60 uren op, gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar. Deze strafcombinatie dient als afschrikmiddel om herhaling te voorkomen.

Daarnaast werden de in beslag genomen spiegel en bijl aan verdachte teruggegeven. De werkstraf kan worden vervangen door 30 dagen hechtenis indien niet naar behoren uitgevoerd. De tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de werkstraf.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en een werkstraf van 60 uren wegens opzettelijk bezit van amfetamine.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000258-08
Parketnummer eerste aanleg: 19-621907-07
Arrest van 12 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van
21 januari 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1979] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. C.C.N. Brens-Cats, advocaat te Emmen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen en heeft omtrent de in beslag genomen voorwerpen beslist, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de in beslag genomen spiegel zal verbeurdverklaren en de in beslag genomen bijl zal onttrekken aan het verkeer.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 30 oktober 2007, in de gemeente [gemeente], althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4 gram, althans een hoeveelheid, amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij de deze wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 30 oktober 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer
4 gram amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich op 30 oktober 2007 schuldig gemaakt aan overtreding van de Opiumwet door opzettelijk ongeveer vier gram amfetamine (speed) aanwezig te hebben.
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 29 december 2008, waaruit blijkt dat verdachte in 2005 ook al eens is veroordeeld ter zake van overtreding van de Opiumwet.
Gelet op de ernst van het feit, in samenhang bezien met verdachtes justitiële verleden, is een werkstraf van na te melden duur passend en geboden. Daarnaast zal een voor-waardelijke gevangenisstraf van na te melden duur worden opgelegd. Deze straf dient tevens als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c (oud) en 22d van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken;
beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast;
beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;
gelast de teruggave aan verdachte van:
- een spiegel;
- een bijl.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoekstra als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.