ECLI:NL:GHLEE:2009:BH6264

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
13 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
000278-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid gerechtshof bij vordering tot tenuitvoerlegging na nieuw strafbaar feit tijdens proeftijd

In deze zaak vordert de advocaat-generaal tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van een eerder opgelegde gevangenisstraf, waarbij een bijzondere voorwaarde was gesteld dat de veroordeelde zich zou stellen onder toezicht van de reclassering.

Hoewel de veroordeelde zich aanvankelijk aan de reclasseringsvoorschriften hield, is het toezicht beëindigd omdat hij zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Dit nieuwe feit betreft geen overtreding van een bijzondere voorwaarde, maar een zelfstandige strafbare gedraging.

Het hof stelt vast dat op grond van artikel 14g, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht in een dergelijke situatie niet het hof, maar de rechtbank die bevoegd is in eerste aanleg over het nieuwe feit, bevoegd is om te beslissen over de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.

Daarom verklaart het hof zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen. De zaak zal derhalve door de rechtbank behandeld moeten worden.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering tot tenuitvoerlegging; de bevoegde rechtbank moet hierover beslissen.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van 13 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op de vordering ex artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht van de advocaat-generaal bij het ressortsparket te Leeuwarden van 16 april 2008, in de strafzaak tegen de veroordeelde:
[veroordeelde],
geboren [1983] te [geboorteplaats],
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in de P.I. Noord - gevangenis De Marwei te Leeuwarden,
ter terechtzitting verschenen.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal vordert dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de bij arrest van dit hof van 18 januari 2006 opgelegde gevangenisstraf, ten aanzien waarvan de volgende bijzondere voorwaarde is gesteld:
- dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen door die instelling hem in zijn reclasseringsbelang te geven.
De behandeling
Het hof heeft gezien de stukken. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van
27 februari 2009.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en de veroordeelde.
De bevoegdheid van het hof
Blijkens het Afloopbericht toezicht d.d. 13 februari 2008 van Verslavingszorg Noord Nederland heeft de veroordeelde zich gehouden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering. Het toezicht is desondanks beëindigd omdat de veroordeelde zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.
Nu het niet gaat om een overtreding van een bijzondere voorwaarde, maar om het plegen van een strafbaar feit voor het einde van de proeftijd, is ingevolge artikel 14g, derde lid, Wetboek van strafrecht niet het hof bevoegd ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging, maar de rechtbank die in eerste aanleg tot kennisneming van dat nieuwe feit bevoegd is.
De uitspraak
Het hof:
verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen.
Dit arrest is gewezen door mr. H.J. Deuring, als voorzitter en mrs. H.M. Poelman en J.J. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. H. de Ruijter, als griffier.