ECLI:NL:GHLEE:2009:BH7594
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Foppen
- H.J. Deuring
- S.H. Wachter
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens straatroof met geweld tot zestien maanden gevangenisstraf
Verdachte werd beschuldigd van straatroof gepleegd op 16 mei 2008, waarbij hij een aanzienlijke hoeveelheid geld, rookwaar en een aansteker van het slachtoffer heeft weggenomen met gebruik van geweld. Het hof stelde vast dat verdachte het slachtoffer op het hoofd sloeg, hardhandig aan de arm trok en duwde, waardoor het slachtoffer viel. Verdachte erkende de diefstal en het duwen, maar ontkende het slaan en trekken aan de arm.
Het hof achtte het bewezen dat verdachte het misdrijf heeft gepleegd binnen vijf jaar na een eerdere veroordeling voor een soortgelijk misdrijf, waardoor de strafverzwarende omstandigheid van artikel 43a Sr van toepassing was. Verdachte heeft een geschiedenis van vermogensdelicten met geweld en een problematisch middelengebruik, wat meewoog in de strafmaat.
De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van 20 maanden gevorderd, maar het hof legde een gevangenisstraf van zestien maanden op, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht. De vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden uit 2006 werd deels niet-ontvankelijk verklaard en deels afgewezen, omdat drie maanden al waren tenuitvoergelegd middels een werkstraf.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd veroordeeld voor het bewezen verklaarde feit en vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. De uitspraak benadrukt de ernst van het feit, de schending van eigendom en lichamelijke integriteit, en het belang van een passende straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zestien maanden gevangenisstraf voor straatroof met geweld, met gedeeltelijke afwijzing en niet-ontvankelijkverklaring van de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.