ECLI:NL:GHLEE:2009:BH9781
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Zuidema
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bewijslast en geldigheid proeftijdbeding in arbeidsovereenkomst
De werknemer trad op 21 juli 2008 in dienst bij de werkgever zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst. Op 11 september 2008 werd het dienstverband telefonisch en schriftelijk beëindigd met beroep op de proeftijd. De werknemer betwistte het bestaan van een schriftelijk overeengekomen proeftijdbeding en sommeerde tot loondoorbetaling.
De werkgever beriep zich op een proeftijdbeding opgenomen in een CAO voor het Carrosseriebedrijf, maar het hof stelde vast dat de CAO niet algemeen verbindend was verklaard en dat niet aannemelijk was gemaakt dat partijen de CAO schriftelijk hadden aanvaard. De bewijslast voor het proeftijdbeding lag bij de werkgever, die hier niet in slaagde.
Het hof oordeelde dat het proeftijdbeding niet geldig was overeengekomen en dat de werknemer daarom recht had op doorbetaling van loon tot 1 februari 2009. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de loonvordering toe, inclusief wettelijke verhoging en rente, maar wees buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende bewijs van sommatie.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de loonvordering van de werknemer toe wegens het ontbreken van een geldig proeftijdbeding.