ECLI:NL:GHLEE:2009:BH9950

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
27 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.014.714
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Wagtendonk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep op draagkracht bij geringe zekerheidstelling

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat de betrokkene geen zekerheid had gesteld. De betrokkene voerde aan dat zij financieel niet in staat was om de zekerheid te voldoen.

Het hof overweegt dat een zekerheidstelling in het algemeen de toegang tot de rechter niet mag belemmeren, zeker niet wanneer het bedrag van de zekerheidstelling € 70,- of minder bedraagt. In dat geval mag de kantonrechter het beroep op draagkracht passeren, maar moet hij de betrokkene hierover informeren en een nieuwe termijn geven om alsnog zekerheid te stellen.

Omdat de kantonrechter dit niet heeft gedaan, heeft hij niet in overeenstemming met de regels gehandeld. Daarom vernietigt het hof de beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.

Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank met instructie om de betrokkene een nieuwe termijn te gunnen.

Uitspraak

WAHV 200.014.714
27 januari 2009
CJIB 19106709718
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 26 juni 2008
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard, omdat de betrokkene geen zekerheid heeft gesteld.
2. De betrokkene heeft in de procedure bij de kantonrechter en in hoger beroep gemotiveerd aangevoerd dat zij financieel niet in staat is de zekerheidstelling te voldoen.
3. Als uitgangspunt heeft te gelden dat een zekerheidstelling ingevolge de WAHV in het algemeen niet in de weg zal staan aan de toegang tot de rechter.
4. Bij de huidige stand van zaken moet het ervoor worden gehouden dat van een zodanige belemmering in ieder geval geen sprake is in geval van de betrokkene een zekerheidstelling van € 70,- of minder is verlangd. De kantonrechter kan het beroep op draagkracht dan passeren. Van de kantonrechter wordt verwacht dat hij de betrokkene hieromtrent mededeling doet. Daarbij moet de betrokkene een nieuwe termijn worden gegund om alsnog het volledige bedrag van de zekerheidstelling te voldoen.
5. Nu de betrokkene geen nadere termijn is gegund alsnog het volledige bedrag van de zekerheidstelling te voldoen, heeft de kantonrechter niet gehandeld in overeenstemming met het vorenoverwogene. Derhalve kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven en zal het hof de zaak terugwijzen naar de rechtbank Rotterdam ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.