ECLI:NL:GHLEE:2009:BI0309
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering achterstallige huur en servicekosten wegens onvoldoende onderbouwing
In deze civiele zaak stond de vordering van een verhuurder centraal die betaling van achterstallige huurpenningen en servicekosten eiste van de huurder. De huurder had twee kamers gehuurd met schriftelijke huurovereenkomsten en een mondelinge afwijking over het maandelijkse bedrag. De verhuurder stelde dat de huurder vanaf oktober 2004 niet meer volledig had betaald en vorderde een bedrag van ruim €4.000 aan achterstallige huur en servicekosten.
De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing. In hoger beroep bevestigde het hof deze beslissing. Het hof stelde vast dat het overzicht van kasstortingen onduidelijk was en dat niet kon worden vastgesteld welke betalingen waren gedaan. Ook was onduidelijk welk deel van de maandelijkse betaling als servicekosten moest worden aangemerkt, mede doordat geen aparte meters voor gas, water en elektra aanwezig waren.
Het hof oordeelde dat de verhuurder onvoldoende bewijs had geleverd om de vordering te staven, terwijl de huurder betwistte nog steeds aan zijn betalingsverplichtingen te hebben voldaan. Gezien het ontbreken van een helder en gespecificeerd betalingsoverzicht en onduidelijkheid over de servicekosten, kon de vordering niet worden toegewezen. Het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd en de verhuurder werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van de verhuurder tot betaling van achterstallige huur en servicekosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.