ECLI:NL:GHLEE:2009:BI0560
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- J.J. Beswerda
- R.E.A. Toeter
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel
De veroordeelde is door de rechtbank Leeuwarden veroordeeld voor het meermalen verkopen, afleveren en vervoeren van cocaïne. Uit het bewezen verklaarde handelen heeft hij wederrechtelijk voordeel verkregen, dat de rechtbank had vastgesteld op €10.952,-. In hoger beroep heeft het hof het voordeel opnieuw vastgesteld op €5.439,- na een vermindering van 5% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het bewijs bestond uit verklaringen van de verdachte, proces-verbalen van verhoor, inbeslagnemingen en een berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdachte verklaarde meerdere keren cocaïne te hebben ontvangen en verkocht, waarbij hij een winst maakte op de verkoopprijs minus de inkoopkosten en reiskosten.
Het hof heeft het voordeel berekend op basis van de verkochte hoeveelheid cocaïne, de verkoopprijs per gram, de inkoopkosten en de gemaakte treinkosten. De overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep leidde tot een vermindering van het bedrag dat ontnomen moet worden. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht door het bedrag vast te stellen op €5.439,- en de veroordeelde te verplichten dit bedrag aan de Staat te betalen.
Uitkomst: Het hof legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van €5.439,- ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.