ECLI:NL:GHLEE:2009:BI0863
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Kuiper
- Zuidema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgangsregeling en dwangsommen na beëindiging affectieve relatie en bodemprocedure
Partijen hadden een affectieve relatie die in juli 2006 eindigde, met twee minderjarige kinderen onder gezamenlijk gezag. Na beëindiging van een omgangsregeling door de vrouw ontstond een geschil over omgang, waarbij de voorzieningenrechter in 2008 een omgangsregeling vastlegde met dwangsommen bij niet-naleving.
De vrouw weigerde medewerking, waarna de man dwangsommen opeiste en beslag liet leggen. De vrouw startte een bodemprocedure, waarbij de rechtbank in december 2008 de omgangsregeling schorste en de Raad voor de Kinderbescherming opdracht gaf tot onderzoek en begeleiding.
In hoger beroep oordeelt het hof dat het vonnis van de voorzieningenrechter niet kan worden bekrachtigd voor de toekomst, maar wel voor de periode tot 18 december 2008. De opgeëiste dwangsommen zijn terecht verbeurd. Het hof benadrukt het belang van omgang en wijst op de problematische communicatie tussen partijen, waarbij tekortkomingen in begeleiding niet uitsluitend aan de vader mogen worden toegerekend.
De vorderingen van de man worden voor de toekomst afgewezen, de kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd en elke partij draagt haar eigen kosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor de periode na 18 december 2008 en wijst de vorderingen van de man af, terwijl het vonnis tot die datum in stand blijft en de dwangsommen terecht zijn verbeurd.