ECLI:NL:GHLEE:2009:BI1643
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid vervolging internetprovider bij smaad en laster
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de officier van justitie ontvankelijk was in de vervolging van een internetserviceprovider en diens eigenaar wegens (mede)plegen van smaad(schrift) dan wel laster, dan wel subsidiair medeplichtigheid daaraan. De rechtbank had de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat het bevel aan de verdachten zonder machtiging van de rechter-commissaris was gegeven, en omdat de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 54a Sr werd toegepast.
Het hof oordeelde dat artikel 54a Sr zich beperkt tot de rol van de tussenpersoon die een telecommunicatiedienst verleent als zodanig, zoals 'mere conduit', 'caching' of 'hosting'. De aard van de betrokkenheid van verdachte bij het primair ten laste gelegde viel buiten deze beperkte reikwijdte, omdat sprake was van meer dan een faciliterende rol.
Daarom was de rechtbank ten onrechte tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie gekomen voor het primair ten laste gelegde. Het hof vernietigde het vonnis en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk, waarna de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
De raadsvrouw van verdachte was aanwezig en had uitdrukkelijk verzocht om terugwijzing bij vernietiging van het vonnis. Het arrest werd gewezen door een meervoudige strafkamer van het gerechtshof Leeuwarden op 20 april 2009.
Uitkomst: De officier van justitie is ontvankelijk verklaard en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank.