ECLI:NL:GHLEE:2009:BI1645
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid vervolging internetprovider in hoger beroep wegens smaad en laster
Verdachten, een internet serviceprovider en de eigenaar daarvan, werden primair vervolgd voor (mede)plegen van smaad(schrift) dan wel laster, en subsidiair voor medeplichtigheid daaraan. De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk omdat verdachte als tussenpersoon een bevel had gekregen zonder machtiging van de rechter-commissaris, waardoor een beroep op de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 54a Sr werd onthouden.
Het hof oordeelde dat artikel 54a Sr zich beperkt tot tussenpersonen die een telecommunicatiedienst verlenen in de zin van 'mere conduit', 'caching' of 'hosting', waarbij de gedraging van de verdachte niet slechts faciliterend was maar verder ging. Daarom viel de primaire tenlastelegging buiten de reikwijdte van artikel 54a Sr.
Het hof vernietigde het vonnis van niet-ontvankelijkheid en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk voor het primair ten laste gelegde. Vervolgens verwees het hof de zaak terug naar de rechtbank Assen voor verdere behandeling. De raadsvrouw van verdachte had verzocht om terugwijzing in geval van vernietiging.
Uitkomst: Het hof verklaart de officier van justitie ontvankelijk voor het primair ten laste gelegde en wijst de zaak terug naar de rechtbank.