ECLI:NL:GHLEE:2009:BI1768
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- S.H. Wachter
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening appelschrift door openbaar ministerie
In deze strafzaak sprak de politierechter de verdachte vrij van de tenlastelegging. Het openbaar ministerie stelde tijdig hoger beroep in, maar diende de appelschriftuur met de grieven pas twee maanden te laat in. De advocaat-generaal kon geen rechtvaardiging voor deze vertraging geven.
Het hof overwoog dat de wettelijke regeling vereist dat de appelschriftuur binnen veertien dagen na het instellen van hoger beroep wordt ingediend. Het niet of te laat indienen van deze schriftuur vormt een vormverzuim dat kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Gezien de ernst van het verzuim, het ontbreken van een geldige verklaring en het geringe strafrechtelijke belang van de zaak, oordeelde het hof dat het belang van sanctionering van het verzuim zwaarder woog dan het belang van het hoger beroep. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep van het openbaar ministerie niet-ontvankelijk.
De verdachte was niet aanwezig bij de terechtzitting in hoger beroep, en het arrest werd gewezen door het hof Leeuwarden op 7 april 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de appelschriftuur zonder geldige rechtvaardiging.