ECLI:NL:GHLEE:2009:BI1782
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- S.H. Wachter
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- J.A. Wiarda
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit heroïnehandel en eigen gebruik
Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit heroïnehandel. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor medeplegen van een strafbaar feit onder de Opiumwet en had uit de periode van 12 oktober 2004 tot en met 7 februari 2006 voordeel behaald.
Het hof bevestigde dat de berekening van het voordeel gebaseerd is op de verkoop van 2,5 gram heroïne per dag tegen €40,- per gram gedurende 18 maanden, minus de inkoopkosten en reiskosten. Tevens werd rekening gehouden met een besparing door eigen gebruik van heroïne tegen inkoopprijs. De netto opbrengst werd gehalveerd vanwege medeplegen met een partner.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder dat er geen daadwerkelijk voordeel was behaald en dat de sociale rehabilitatie in aanmerking moest worden genomen, maar het hof verwierp deze verweren op feitelijke en juridische gronden. Ook het draagkrachtverweer werd afgewezen omdat geen bewijs was dat de veroordeelde in de toekomst niet zou kunnen betalen.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €26.664,-, met de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €26.664,- en legt de verplichting tot betaling aan de Staat op.