ECLI:NL:GHLEE:2009:BI2902

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
4 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001706-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 167 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring officier van justitie in vervolging wegens heling scooter

De zaak betreft een hoger beroep van de officier van justitie tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden, die de officier van justitie niet-ontvankelijk had verklaard in de vervolging van verdachte wegens heling van een bromscooter.

De raadsman van verdachte voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat een andere betrokkene, een fietsenhandelaar die onder gelijke omstandigheden de scooter had gekocht, slechts als getuige was aangemerkt en niet werd vervolgd. Het hof oordeelde echter dat niet aannemelijk was dat sprake was van gelijke gevallen, mede omdat informatie over de strafrechtelijke positie van de fietsenhandelaar ontbrak.

Het hof stelde vast dat het opportuniteitsbeginsel de officier van justitie de bevoegdheid geeft om te beslissen over vervolging, en dat de rechter dit slechts kan toetsen bij strijd met wettelijke of verdragsrechtelijke voorschriften of beginselen van goede procesorde. Het hof verwierp het verweer van schending van het gelijkheidsbeginsel en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging.

Vervolgens vernietigde het hof het vonnis van de kinderrechter en wees de zaak terug naar de kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden, met het bevel om na hernieuwde oproeping van verdachte het onderzoek opnieuw te starten en de zaak opnieuw te berechten en af te doen.

Uitkomst: Het hof verklaart de officier van justitie ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de kinderrechter voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001706-08
Parketnummer eerste aanleg: 17-676373-07
Arrest van 4 mei 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden van 19 juni 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1990] te [geboorteplaats],
wonende te [plaats 2], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. E.J. Kuiters, advocaat te Leeuwarden.
Het vonnis waarvan beroep
De kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de officier van justitie bij het vonnis niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.
Gebruik van het rechtsmiddel
De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het openbaar ministerie ontvankelijk zal verklaren in de vervolging en de zaak terug zal wijzen naar de kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 17 maart 2007 tot en met 24 mei 2007 te [plaats 1] en/of [plaats 2], (althans) in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een brom(fiets/)scooter (merk Yamaha, kleur zwart) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die brom(fiets/)scooter wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De raadsman heeft betoogd dat de officier van justitie op grond van het gelijkheidsbeginsel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof als verweer gevoerd dat fietsenhandelaar [getuige] de scooter heeft gekocht onder gelijke omstandigheden als die van verdachte, maar slechts aangemerkt is als getuige. Dit brengt een schending van het gelijkheidsbeginsel met zich, nu het openbaar ministerie wel is overgegaan tot vervolging van verdachte en niet tot vervolging van [getuige], aldus de raadsman.
Het hof overweegt omtrent dit verweer het navolgende.
Het in artikel 167 van Pro het Wetboek van Strafvordering neergelegde opportuniteitsbeginsel houdt in, dat de officier van justitie bevoegd is af te wegen of redenen bestaan om af te zien van vervolging op gronden, ontleend aan het algemeen belang. De wijze waarop - in geval van vervolging - die belangenafweging heeft plaatsgevonden, staat in zijn algemeenheid niet ter beoordeling van de rechter. Dit is slechts anders indien de vervolging in strijd is met de wettelijke en verdragsrechtelijke voorschriften en/of beginselen van goede procesorde.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan (opzet- dan wel schuld)heling van een scooter. Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat in de onderhavige zaak sprake is van gelijke gevallen. Informatie over de (strafrechtelijke) positie van [getuige], bevindt zich niet in het dossier en is ter terechtzitting niet nader toegelicht.
Uit het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 23 januari 2009, blijkt dat hij twee keer ter zake heling een transactie aangeboden heeft gekregen. De enkele omstandigheid dat verdachte eerder ter zake heling met justitie in aanraking is geweest, kan een beslissing van het openbaar ministerie om tot vervolging over te gaan rechtvaardigen.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat van schending van het gelijkheidsbeginsel en van willekeur bij het nemen van de beslissing niet is gebleken.
Het hof verwerpt het verweer en verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging.
Zowel de raadsman als de advocaat-generaal hebben verzocht, in geval de officier van justitie ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging, de zaak terug te wijzen.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;
wijst de zaak terug naar de kinderrechter in de rechtbank Leeuwarden, teneinde, met inachtneming van dit arrest, na hernieuwde oproeping van de verdachte het onderzoek opnieuw aan te vangen en deze zaak voor wat betreft het tenlastegelegde feit op de bestaande dagvaarding opnieuw te berechten en af te doen.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van A.L.H. Wilkens als griffier, zijnde
mr. Foppen voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.