ECLI:NL:GHLEE:2009:BI4189
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering uitzendbureau wegens onvoldoende bewijs facturering
In deze civiele procedure stond een geschil tussen twee uitzendbureaus centraal over de vraag of Personeelsdiensten nog bedragen verschuldigd was aan appellant voor verstrekte opdrachten na week 38 van 2003. Appellant had in eerste aanleg meerdere vonnissen verloren en stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij onvoldoende bewijs had geleverd.
Het hof oordeelde dat appellant niet had voldaan aan de bewijsopdracht om aan te tonen dat Personeelsdiensten hem opdrachten had verstrekt waaruit nog een betalingsverplichting voortvloeide. Hoewel appellant getuigenverklaringen en schriftelijke verklaringen uit een strafrechtelijk onderzoek overlegde, kon daaraan geen doorslaggevende bewijskracht worden toegekend omdat de getuigen niet waren gehoord en het bewijsaanbod onvoldoende specifiek was.
Verder verwierp het hof de stelling dat de vorderingsrechten op appellant waren overgegaan door een e-mailbericht, omdat daarvoor geen rechtsgeldige overdracht en mededeling aan Personeelsdiensten was aangetoond. Ook de bewering dat Personeelsdiensten zich niet op het ontbreken van handtekeningen kon beroepen, faalde wegens gebrek aan onderbouwing.
Het hof bekrachtigde daarom de vonnissen van 1 februari 2006 en 20 september 2006 en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst de vordering van appellant af wegens onvoldoende bewijs.